Spring naar content

Arnhem streeft naar een pedagogisch sportklimaat

De gemeente Arnhem en Sportbedrijf Arnhem geloven in de filosofie van een pedagogisch sportklimaat waarin het kind centraal staat. Arnhem ziet een positief en sociaal veilig klimaat als randvoorwaarde om de kracht van sport en bewegen te benutten en kansenongelijkheid bij jeugd aan te pakken. Lees in dit artikel hoe Arnhem hierover bewustwording creëert bij sportaanbieders.

Arnhem heeft een aanzienlijke kloof tussen arm en rijk. Een van de middelen waarmee de gemeente deze kloof wil verkleinen, is sport en bewegen – en dat al bij jonge jeugd in te zetten. “Dit draagt bij aan de brede ontwikkeling en is onderdeel van een gezonde opvoeding. De kinderen groeien, krijgen zelfvertrouwen en ontdekken dat ze veel meer kunnen dan ze denken”, zegt Roos Verhoeven, clubkadercoach bij Sportbedrijf Arnhem.

Het kind centraal

Alle samenwerkende partijen in Arnhem omarmen een pedagogisch klimaat: gemeente, sportbedrijf en wijkinstanties zoals onderwijs, zorg, welzijn en georganiseerde sport. De gedeelde visie is dat het ontwikkelen van een pedagogisch klimaat, ook binnen het sport- en beweegdomein, bijdraagt aan kansengelijkheid voor opgroeiende kinderen. Hiervoor is het van groot belang om in te zetten op de pedagogische bekwaamheid van vrijwilligers, trainers en coaches. Het gaat dan niet alleen over de vraag welke sport- en beweegactiviteiten je aanbiedt, maar vooral ook hoe deze kunnen bijdragen aan de ontwikkelkansen van jeugdigen.

Roos licht toe: “Arnhem heeft veel kwetsbare kinderen die vaak thuis zitten en weinig sporten en bewegen. Op de vereniging en bij sportactiviteiten in de wijk kunnen deze kinderen de beste versie van zichzelf ontwikkelen en positieve ervaringen opdoen. Juist de kinderen uit aanpakwijken hebben die extra positieve aandacht en goede begeleiding nodig. Willen we sport als effectief middel inzetten, dan moeten we het kind dus niet alleen op school en in de wijk, maar ook bij de sportclub centraal zetten.”

Pedagogische ondersteuning

Daarvoor zijn bij sportaanbieders de juiste kennis en vaardigheden nodig. Maar je kunt niet zomaar pedagogische bekwaamheid verwachten van sportaanbieders waar de meeste jeugdtrainers vrijwilliger zijn. Juist voor kinderen uit kwetsbare groepen vraagt het extra bekwaamheid van sportaanbieders om bijvoorbeeld cultureel sensitief te zijn in gespreksvoering en het interpreteren van gedrag. Met deze reden komt het accent van clubondersteuning steeds meer te liggen op pedagogische bekwaamheid.

Ongewenst gedrag

“Naast kennis en training over pedagogisch handelen bij trainers en coaches, moet er bij bestuurders en beslissers draagvlak voor deze visie worden gecreëerd. Het algemene beeld is echter dat verenigingen weinig tijd hebben om zich hiermee bezig te houden of zich hiervan vaak niet bewust zijn. Ze herkennen zich niet in ongewenst gedrag of vinden dat het bij hen goed geregeld is. Soms heeft een club geen idee waarom het belangrijk is dat er iets verandert”, zo ervaart Roos. “Het belangrijkste is dat alle kinderen een leuke training krijgen en plezier houden in sport, anders haken ze af. Dat geldt voor elk kind; arm, rijk, trainend in het vierde team of in de selectiegroep.”

Behoeften van vereniging

“De wens en behoefte van de vereniging staat voorop. Onze aanpak en wat daaruit volgt, moet passen binnen de vereniging, anders haakt deze af”, zegt Roos. “Als de organisatie van de club niet op orde is, is het lastig om te werken aan het pedagogische klimaat. Dan ligt de focus eerst op gesprekken met het bestuur of degenen die actief zijn binnen de jeugd- of technische commissie. Voor hen zijn er modules als de vier rollen van bestuurders of de vier inzichten van bestuurders.”

Is deze basis op orde, dan ligt de focus ‘op het veld’, en gaat Roos aan de slag met trainers en ouders. Voor trainers zijn er trainingsvormen zoals de vier inzichten van trainerschap en het concept train-je-trainer. Voor ouders kan dat een theatervoorstelling voor bewustwording zijn en het krijgen van micro-feedback van kinderen.

Observeren en proeven

“De sportpedagoog en ik observeren altijd een paar trainingen en een wedstrijd. Op die manier proeven we de sfeer bij de club. Bij het observeren gebruiken we een observatieformulier, gebaseerd op het Jeugdsportkompas, en maken we aantekeningen. We vragen de club hetzelfde te doen. Zo kijkt ook de club met een kritische blik naar wat er op verschillende gebieden gebeurt, zoals ontwikkelingskansen, motivatie en sociale veiligheid. Onze beide bevindingen leggen we naast elkaar”, zegt Roos. Ze benadrukt: “Of deze nu overeenkomen of verschillen, de bewustwording bij de club is het belangrijkste. Samen kijken we waar de focus van de club op komt te liggen en hoe wij hen hierbij kunnen ondersteunen.”

Monitoren

Het monitoren van de ontwikkeling van het pedagogische klimaat is best ingewikkeld. Vaak ontbreken goed meetbare doelen en bovendien ontbreken goede meetinstrumenten voor de kwaliteit van het (pedagogische) sportklimaat. Sportbedrijf Arnhem neemt tweejaarlijks een verenigingsmonitor af om in kaart te brengen hoe de sportaanbieders erop staat met betrekking tot het pedagogisch sportklimaat. Aan de hand van de resultaten kan gekeken worden of het aanbod van ondersteuning en advies nog aansluit bij de vragen en behoeften van sportaanbieder.

Kennis halen en delen

Arnhem is aangesloten bij het lectoraat Sportpedagogiek en participeert in verschillende onderzoeken op dit thema. Op dit moment loopt een living lab in de wijk Malburgen waarin ze met 13- tot 18-jarigen op zoek gaan naar aanpakken om jongeren te binden en behouden bij de sport. Een pedagogisch sportklimaat is hierbij een basisvoorwaarde. “Uiteindelijk willen we inclusieve sportclubs, waar alle jeugdigen welkom zijn en waarbij ze geen belemmeringen voelen en zich – sportief – kunnen ontwikkelen.”

Basiscursus voor alle clubs

Roos concludeert: “Nog niet iedereen voelt zich welkom bij de sport, maar hier in Arnhem hebben we al mooie stappen gezet. Zo krijgen we steeds vaker aanvragen van sportclubs voor onze workshops. Ook zien we dat steeds meer aanbieders eisen gaan stellen aan hun kader. Daarnaast blijven wij sportclubs actief benaderen voor advies en scholing. De ambities zijn hoog en reiken verder dan het Sportakkoord. Sportbedrijf Arnhem wil vanaf 2026 alle sportaanbieders bereiken en actief inzetten op kwaliteit in de omgang.”

Tot slot: “Voor in de toekomst zou ik ook graag zien dat elke jeugdtrainer naast de VOG ook een pedagogische verklaring heeft. Dat er een tekort is aan vrijwilligers bij veel verenigingen, realiseer ik me terdege, maar je krijgt er veel voor terug.  Niet alleen sporten kinderen hierdoor met plezier, maar staan trainers ook met plezier op het veld. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor dit onderwerp. Dat geeft het Sportbedrijf alle kansen om er vol mee aan de slag te gaan. En dit geeft kansen voor alle kinderen. Want daar draait het om.”

Tips

Deze tips heeft Roos om met een pedagogisch sportklimaat aan de slag te gaan:

  • Benut het Jeugdsportkompas, dat houvast biedt om een pedagogisch sportklimaat op lokaal niveau te vertalen
  • Gebruik de 4 inzichten over trainerschap
  • Zorg voor een basisworkshop pedagogisch sportklimaat die je aan kan passen aan de specifieke behoeften van een sportvereniging
  • Maak gebruik van de kennis van lectoraten en van hogescholen en universiteiten
  • Bied ook training en advies aan trainers van jongerenwerkgroepen of verenigingen die de naschoolse sportlessen in de wijk verzorgen