Spring naar content

Bewegend leren toekomst van het onderwijs?

Wat is de invloed van bewegen op leerprestaties? Regelmatig verschijnen er berichten in de media over dit onderwerp. Ook scholen stellen steeds vaker deze vraag, zo merkte de gemeente Nijmegen. De Sportservice Nijmegen is daar samen met afdeling Onderwijs op in gesprongen en biedt de Nijmeegse scholen nu workshops aan over bewegen en leren. “Dit project is geslaagd als op een groot aantal scholen bewegend leren onderdeel is van het dagelijkse programma”, aldus Renske Helmer-Englebert, wethouder Sport en Onderwijs, gemeente Nijmegen.

Sterke aanwijzingen positieve effecten op leerprestatie

een jongetje die op een bureaufiets zit. Illustratief voor bewegend leren
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Uit onderzoeken die de afgelopen decennia zijn verricht, blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn dat sport en bewegen positieve effecten heeft op leerprestaties. Zo zijn er positieve effecten gevonden op de hersenstructuur en executieve hersenfuncties (onder andere filteren, plannen, besluiten), op motorische en beweegvaardigheden en op fitheid. Deze factoren zijn voor het leren allemaal van belang.

De wetenschap is nog hard op zoek naar de exacte relaties en effecten, maar in Nederland leverden twee recente onderzoeksprogramma’s positieve resultaten op.

  • Smart moves! (zie kader) bekijkt welk soort bewegingen effect hebben op cognitie en hoe vaak en wanneer bewogen moet worden.
  • Het programma Fit & Vaardig onderzocht het effect van fysiek actieve taal en rekenlessen en de uitkomst van het onderzoek was dat kinderen die veel bewegen in de klas de lesstof beter oppikken. Meer informatie over onderzoeken en effecten van bewegen op leerprestaties vind je op allesoversport.nl.

Smart Moves

Smart Moves! doet onderzoek naar welke typen bewegingen het beste helpen om cognitieve prestaties te verbeteren en hoe lang je zou moeten bewegen of hoe zwaar het bewegen zou moeten zijn. Daarbij worden verschillende experimenten uitgevoerd. Op basis van deze resultaten wordt een effectief, gebruiksvriendelijk en praktisch beweegprogramma ontwikkeld dat past in het Nederlandse schoolsysteem. Meer weten? Lees de factsheet met tussentijdse resultaten.

Fit & Vaardig

Tijdens de Fit en Vaardig-lessen krijgen kinderen al bewegend ongeveer een halfuur reken- en taalles. Op het digitale schoolbord worden de fysieke oefeningen en de taal- en rekenopdrachten gevisualiseerd. De fysieke oefeningen bestaan uit oefenbewegingen en basisbewegingen. Door het uitvoeren van de oefenbewegingen geven kinderen antwoord op een reken- of taalopgave. Zo spellen ze een woord door een sprong te maken bij elke uitgesproken letter. Tussen de oefenbewegingen kunnen ze bijvoorbeeld joggen op de plaats als ze nadenken over een antwoord.

Hoe fitter, hoe slimmer

De Rijksuniversiteit Groningen onderzocht de relatie tussen fysieke fitheid/aerobe fitheid en executief functioneren van kinderen, door het implementeren van een beweegprogramma op basisscholen. De helft van de leerlingen ontving gedurende zes maanden, twee keer in de week, tussen de middag (in de lunchpauze) een activiteitenprogramma van ongeveer 30 minuten per keer. De andere helft vormde de controlegroep. Het beweegprogramma bestond uit intensieve spel- en beweegactiviteiten waarbij de aerobe capaciteit werden getraind. Vooraf en na afloop van het beweegprogramma werden alle kinderen uit de interventie- en de controlegroep getest op fysieke fitheid, verschillende cognitieve taken en schoolprestaties.

Handvatten

Ook in Nijmegen raakte men geïnspireerd door de positieve resultaten uit onderzoek. Mireille Souverijn is Beleidsadviseur Onderwijs bij de gemeente Nijmegen en stelt dat dit het juiste moment is om in te zetten op bewegend leren. “We willen bewegen in brede zin stimuleren, in de gymles, op het schoolplein in de pauzes, maar ook in de klas. Dat doen we op verschillende manieren. Zo hebben we een prijsvraag georganiseerd om scholen te stimuleren hun schoolplein beweegvriendelijker te maken. Daarnaast organiseerden we op 25 januari de conferentie Bewegen(d) Leren voor directeuren, groepsleerkrachten en vakleerkrachten uit Nijmegen. De opkomst was geweldig! Bijna alle scholen van Nijmegen waren hier vertegenwoordigd. Daaruit blijkt wel dat het thema leeft.”

Evelien te Rietstap, Sportconsulent Sportservice Nijmegen, legt uit hoe de gemeente te werk is gegaan. “We merkten dat de vraag welke relatie bewegen tot het leergedrag van kinderen heeft, leefde bij de scholen. Een student van de HAN heeft onderzoek gedaan onder basisscholen in Nijmegen en daaruit kwam naar voren dat er onder groepsdocenten een behoefte was aan bewegend leren, maar ze zochten handvatten. Vanuit de gemeente willen wij die handvatten bieden.”

Bewegend leren; wat is dat nu eigenlijk?

In diverse onderzoeken wordt gekeken naar de koppeling tussen bewegen en cognitie, maar in de praktijk experimenteren veel scholen ook zelf, zonder direct op zoek te gaan naar de wetenschappelijke onderbouwing. Dat gebeurt op verschillende manieren. Bijvoorbeeld meer gymlessen per week of de dag starten met een half uur bewegen, maar ook zoals bij Fit & Vaardig de inhoudelijke les combineren met bewegen. Al joggend rekenen bijvoorbeeld. Nog andere opties om meer in beweging te komen tijdens een school zijn de beweegbreaks of energizers. Een kort intermezzo om daarna weer fris aan de slag te kunnen. Ook kinderen op deskbikes of een wiebelkruk laten zitten kan helpen om kinderen hun energie kwijt te laten raken tijdens een lesdag.

Te Rietstap denkt dat om bewegend leren tot een succes te maken, het vooral belangrijk is voldoende draagvlak te creëren binnen de school. “Ook vragen scholen zich af hoe ze het bewegend leren in hun eigen klas kunnen toepassen. Er moet een cultuurverandering op gang komen. Dat kost tijd.”

“Dit project is geslaagd als op een groot aantal scholen bewegend leren onderdeel is van het dagelijkse programma”, stelt Renske Helmer-Englebert, die onder meer wethouder Onderwijs en Sport van de gemeente Nijmegen is.

Scholen moeten het bewegen niet ervaren als iets extra’s of iets dat er bijkomt. Combinatiefunctionarissen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. De één wil graag zittend lezen en een ander gebruikt liever een wiebelkrukje. Belangrijk is dat de leerlingen een keuze hebben.

Renske Helmer-Englebert

Workshops bewegend leren

Om de Nijmeegse scholen te helpen de cultuurverandering tot stand te brengen, biedt de gemeente aan alle scholen met relatief meer kinderen met achterstanden, de workshop bewegend leren aan.

De workshops worden gegeven door Joris te Molder en Niels Holleboom. Zij zijn groepsdocent en vakleerkracht op de Lea Dasberg school in Arnhem en hebben het concept omarmt en opgepakt. “De workshops gaan over de voordelen van bewegend leren”, legt Te Rietstap uit. “We geven de groepsdocenten praktische handvatten en gaan in gesprek over wat de docenten al aan actieve werkvormen toepassen in de klas. Tijdens de workshops kunnen ze elkaar inspireren.”

Souverijn sluit zich aan bij de woorden van haar collega; “Scholen kunnen van elkaar leren. Met weinig middelen kun je kinderen al aan het bewegen krijgen. Ze denken misschien dat het aanbieden van actief leren veel tijd of geld kost, maar dat valt mee. Scholen zijn zoekende. We weten allemaal dat de druk in het onderwijs hoog is, maar leerlingen mogen meer bewegen en hoeven niet altijd te zitten.”

Toekomstbeeld

Te Rietstap en Souverijn adviseren andere gemeenten snel aan de slag te gaan met bewegend leren omdat er volgens hen behoefte aan is binnen het onderwijs. Hoewel het onderzoek naar de relatie tussen sporten en bewegen en de cognitieve ontwikkeling van kinderen en jongeren nog in de kinderschoenen staat, lijkt er een verandering op komst. De tijd dat je als kind alleen tijdens de speelpauzes mocht bewegen, lijkt achter ons te liggen. Meer bewegen, verspreid over de dag zowel in als buiten de klas is waarschijnlijk de toekomst in het onderwijs.

Meer lezen over bewegend leren?

Wil je meer weten over bewegen en leerprestaties, lees dan ook de volgende artikelen voor informatie over recente onderzoeksresultaten, inspiratie ten aanzien van werkvormen en praktijkvoorbeelden.

Meer informatie over dit onderwerp? Neem dan contact op met Johan Koedijker, adviseur bij Kenniscentrum Sport & Bewegen.