Spring naar content

Column Jack Weijkamp: Spelen

“Kaspar, Mark, Fred, Wilco Harry, Toon, Eugene, Angelo, Wim, Carlo, Pieter, Aron, Simon, Tom, Dennis en Klaas zitten samen in de auto op weg naar hun vrienden.”

Ik leerde mijn zoon rekenen. Hij heeft een slaapziekte, waardoor hij leerachterstanden heeft opgelopen. Zijn werkgeheugen werkt moeizaam. ‘Hoeveel kinderen zitten er in de auto? Bij hoeveel jongens in de auto begint de naam met een T?’
Mijn zoon is vooral grappig geworden. Gisteren kwam hij thuis met de vraag: ‘Wat is het beste antwoord op een meerkeuzevraag? Is dat A…D, B…A of C…B?’ We lachen veel, mijn zoon en ik. De ziekte had vrijwel alle concentratie opgezogen. Zijn aandachtsboog was op een gegeven moment vijf seconden. Humor leek een goede oplossing. Hij kreeg er een mooie glimlach van op zijn gezicht.

Dit is de tekst van een op muziek uitgesproken column van Jack Weijkamp, theatermaker en muzikant. Hij schreef en presenteerde deze column ‘Spelen’ op 7 februari 2018 bij Calo Windesheim in Zwolle, ter gelegenheid van Kenniscafé Sport Live! SMART MOVES! Bewegen en Leren.

Metingen in de sport

Humor is goed voor rekenen, goed voor het hart, goed voor de concentratie, goed voor de doorbloeding in de grote teen, goed voor de sociale contacten, goed voor de taalontwikkeling. Humor is goed voor de doorbloeding in de dikke duim. Deze opsomming is schier eindeloos.
Wie echter humor of bewegen planmatig inzet om beter te leren rekenen, geconcentreerder te werken, cognitieve vaardigheden te oefenen, zit gevangen in een nuttigheidsdenken.

Bekijk hier de presentatie van Jack Weijkamp, begeleid door de huisband Café du Sport:

Het nuttigheidsdenken lijkt zich momenteel overal te nestelen. Mijn dochter is topsporter en wordt gemeten: BMI, vetpercentages, sprintsnelheid, shuttle run test. Bij een sportpsycholoog moest zij over een touwtje springen en ook een bal vangen. Twee weken later kreeg ze volgens het wetenschappelijke action type model de resultaten thuisgestuurd. Met daarin onder andere de volgende zin: ’Jij bent introvert, je laat het initiatief graag over aan een ander…’

“Wie echter humor of bewegen planmatig inzet om beter te leren rekenen, geconcentreerder te werken, cognitieve vaardigheden te oefenen, zit gevangen in een nuttigheidsdenken.”

Onze dochter zelf noemde de opvallende gelijkenis tussen het opgestuurde action type A4tje en de horoscoop in de Weekend, Story of Privé: ‘Er staat altijd wel iets in dat klopt…’ ‘Of een schot hagel’ zei mijn zoon: ‘je raakt altijd wel iets.’

Meetresultaten worden niet vertaald naar de praktijk

Na de metingen wordt er in de lessen op de topsportschool van mijn dochter, in de trainingen of tijdens de wedstrijden vervolgens niets met deze meetresultaten gedaan. Er is namelijk niemand die de cijfers kan vertalen naar de beweegsituaties in de les of op het voetbalveld. Er volgt ook geen gesprek over de metingen.

“Onder dit opzicht van de nuttigheid wordt spelen karig en uitgekleed.”

Het nuttigheidsdenken ontslaat zich – naar het zich doet aanzien – van samenhang. De zin – naar het zich doet aanzien – voegde mijn vrouw vanochtend toe, zij is wetenschapper. Welnu, het nuttigheidsdenken ontslaat zich ook van verdere reflectie. Het kan wel zaken afwijzen in cijfers maar legt geen enkele relatie buiten de wel of niet aangetoonde nuttigheid. En dit is vooral gunstig voor managers en beleidsmakers. Zij zijn de boekhouders van de heldere cijfers en vertalen deze vervolgens naar hartenlust in geldstromen. Blijkt jongleren toch niet gunstig voor rekenen? ‘Dan stoppen we toch met rekenen?’ zoals mijn zoon vanochtend zei.
‘Pap, degenen die het beste konden rekenen in dit land stortten ons nog niet zo lang geleden in een bankencrisis…’
Zingen is goed want je maakt een gunstig hormoon aan, las ik in een kwaliteitskrant. Ik ben bang dat dit zingen in de toekomst daarom ook gaat passen in beleidslijnen van de grote kantoortuinen met flexplekken.

Sport is ook spelen en dat kun je leren

In de jaren ’80 schreven sportfilosofen Steenbergen en Vos reeds over het dubbelkarakter van sport en bewegen. Aan de ene kant is er de maatschappelijke waarde van sport en bewegen: gezondheid, sociale contacten, welbevinden, medaille-spiegels. Aan de andere kant is sport autotelisch. Dit wil zeggen: spelen schept een eigen werkelijkheid en eigen plezier. Deze autotelische kant van sport en bewegen is, naar mijn idee, sterk ondergewaardeerd in de wereld van het onderzoek dat op het nuttigheidsdenken is gebaseerd. De autotelische waarde lijkt weg geredeneerd en daarmee ook de pure beleving van de kinderen en de vakleerkrachten van deze speelse werkelijkheid. Telkens wordt, zo lijkt het, dat wat juist zo mooi en eigen is aan bewegen, namelijk de speelsheid, louter en alleen vanuit de nuttigheid bekeken. Namelijk beter worden in andere zaken dan het spelen zelf! Onder dit opzicht van de nuttigheid wordt spelen, mijns inziens, karig en uitgekleed. Mijn vrouw voegt ‘mijns inziens’ toe, zij is wetenschapper.

Speel!

Wij hebben een shift nodig beste mensen, een paradigma-shift. We hebben contrastervaringen, zwarte zwanen, witte kraaien nodig, lieve mensen. Of zoals filosoof en socioloog Harry Kunneman het verwoordt: “Wij zullen in een nieuw paradigma verschillende soorten kennen en beleven leerzame wrijvingen met elkaar moeten laten aangaan. Juist in dat wrijvingsproces ontstaan nieuwe inzichten.” Nieuwe inzichten? Wellicht is vandaag een nieuw begin vol inspiratie!
Beste leerkracht, vakleerkracht en buurtsport-coach slinger uzelve in het gesprek met uw eigen pure beweegervaringen. Stap op het galopperende paard van betrokkenheid en wees kritisch. Lieve kinderen speel en plaats uw hersenen niet boven uw lijf.

Een mens heeft maar twee levens

Mijn dochter fluisterde aan het ontbijt het volgende gedicht in mijn oor:

Speel!

hoe het kind wijst en zegt kijk eens daar
het laatste stukje worst van mijn bord

hoe ik roep vanuit de kast
je kunt me toch niet vinden

hoe het kind zegt
en toen was jij leeuw
en moest mij pakken
ik brul als koning van de Savanne
ik kom dichterbij steeds dichterbij steeds ietsje…

en je pootje rechtsvoor was gebroken

hoe het kind gebroken zegt en lacht en struikelt

weer opstaat, achteromkijkt en lachend wegspurt

“Het tweede leven begint wanneer je beseft dat je maar één leven hebt”

En mijn zoon? Die is blijven rekenen. Vanochtend nog kwam hij bij me en zegt: ‘Vertel in die column gewoon vanuit je hart hoe je er over denkt want een mens heeft maar twee levens!’
‘Twee levens?’
‘Ja’, zegt hij, ‘En het tweede leven begint wanneer je beseft dat je maar één leven hebt’.

Meer lezen? Vind meer publicaties over de effecten van sport en bewegen op leerprestaties in de Kennisbank Sport en Bewegen.