Spring naar content

De waarde van sport en bewegen bij psychische aandoeningen

Steeds meer onderzoek laat positieve effecten zien van bewegen bij mensen met een psychische aandoening. Wat weten we hier inmiddels over? Onderzoeker en gezondheidspsycholoog Jeroen Deenik promoveerde op zijn onderzoek ‘Thinking inside the box’ naar beweging en leefstijl bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. In dit artikel vertelt hij over de waarde van bewegen bij mensen met een psychische aandoening. 

Steeds meer onderzoek laat positieve effecten zien van bewegen bij mensen met een psychische aandoening. Wat weten we hier inmiddels over? Onderzoeker en gezondheidspsycholoog Jeroen Deenik promoveerde op zijn onderzoek ‘Thinking inside the box’ naar beweging en leefstijl bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. In dit artikel vertelt hij over de waarde van bewegen bij mensen met een psychische aandoening. 

Bewegen kan veel winst opleveren bij mensen met een psychische aandoening: daarover bestaat bij Jeroen geen twijfel. “Bewegen heeft een behandelend en beschermend effect: het helpt klachten verminderen en (verergering) voorkomen. Voor de behandeleffecten is inmiddels sterk bewijs. Bewegen kan symptomen en stress verminderen en kwaliteit van leven en (cognitief) functioneren verbeteren.” 

En die beschermende effecten? Jeroen: “Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die meer bewegen minder risico lopen op depressieve klachten of angstklachten of zelfs een gediagnosticeerde depressie- of angststoornis. En bewegen hoort bij een gezonde leefstijl. Belangrijke winst, want juist bij mensen met een psychische aandoening komen leefstijlgerelateerde lichamelijke aandoeningen veel meer voor. Mede daardoor hebben zij 1 tot 20 jaar lagere levensverwachting dan mensen zonder psychische aandoening.” 

De waarde van sport en bewegen is volgens Jeroen echter breder. “Zo is bij vluchtelingen en immigranten met een psychische aandoening therapie soms ingewikkeld. Bijvoorbeeld door de taalbarrière. Maar wandelen, hardlopen of voetballen kan vaak wel. Dat maakt sport in zulke situaties een gemakkelijk startpunt.”

Ontdek meer over de waarde van leefstijlinterventies bij psychische aandoeningen in deze animatie over Jeroens promotieonderzoek.

Positieve effecten bij allerlei aandoeningen

Onder de parapluterm ‘psychische aandoeningen’ vallen allerlei stoornissen en ziektebeelden. Gelden de positieve effecten van bewegen voor alle groepen? “Ja, eigenlijk wel”, stelt Jeroen. “Alleen verschilt het hoe sterk het wetenschappelijk bewijs tot nog toe is. Zo is er al veel onderzoek gedaan naar bewegen in relatie tot de veelvoorkomende diagnoses depressie en angst, dus op die gebieden is meer bewijs. De laatste jaren ontdekken we ook steeds meer over bewegen bij bijvoorbeeld psychose, bipolaire stoornis, stoornissen in het gebruik van middelen, ADHD en autisme spectrum stoornissen. Het levert vooral bevestiging op: ook bij deze mensen helpt bewegen. Maar we weten minder over bepaalde subgroepen zoals kind/jeugd en ouderen. Ook is er nog meer en sterker onderzoek nodig bij specifieke diagnosen.”

Bekijk de infographic van Jeroens promotieonderzoek bij GGz Centraal.

Verklaringsmechanismen

Hoe ontstaan die positieve effecten van bewegen bij psychische aandoeningen? “Daar hebben we nog maar beperkt inzicht in. Wel hebben we steeds meer aanwijzingen, bijvoorbeeld over de neurobiologische effecten. Zo leidt bewegen tot de aanmaak van neurotrofe factoren zoals BNDF (brain-derived neurotrophic factor). Die dragen bij aan het overleven van neuronen en neurale plasticiteit.” Ook zien onderzoekers veranderingen in de hersenstructuur. “Zo liet onderzoek onder mensen met een psychotische aandoening zien dat door beweging de hippocampus groeit, een hersengebied dat samenhangt met onder meer geheugen en stress.” Verder is er voorzichtig bewijs dat bewegen inflammatie en oxidatieve stress in de hersenen vermindert. “En dat wordt gelinkt aan psychische gezondheid.” 

Ook zijn er psychosociale verklaringsmechanismen. “Zo kan bewegen bijdragen aan een beter zelfbeeld, omdat iemand bijvoorbeeld weer doelen behaalt . En er is de sociale component, het ‘samen doen’, ook samen met de zorgprofessionals. Uit onderzoek blijkt dat sociale verbondenheid samenhangt met psychische gezondheid.”

Bijkomende klachten verminderen

Een aspect van de waarde van bewegen verdient volgens Jeroen meer aandacht. “Psychische klachten hangen vaak samen. Zo gaan veel stoornissen gepaard met stemmings- en angstklachten. Professionals die bewegen inzetten in de behandeling doen dat vaak nog om de primaire psychische klachten. Of voor de lichamelijke gezondheid, waar ‘leefstijl’ vooral aan wordt gekoppeld in de zorg. Maar bewegen helpt ook om bijkomende depressieve- of angstklachten te verminderen of erger te voorkomen! Denk dus niet alleen aan de primaire diagnose of lichamelijke gezondheid; bedenk ook hoe een actieve leefstijl kan helpen bij bijkomende klachten. En kijk hoe het samenhangt met ander leefstijlgedrag: door te bewegen kan iemand bijvoorbeeld meer trek krijgen.” 

60 minuten per week

Wanneer levert bewegen de meeste winst op? De grootste effecten treden op bij zogenoemde matig- tot intensieve activiteit. “Als de hartslag echt stijgt en de ademhaling versnelt, maar praten nog kan. Flink doorfietsen of stevig wandelen bijvoorbeeld.” Hoe meer iemand richting de Beweegrichtlijnen komt van 150 minuten bewegen per week op deze intensiteit, hoe groter de effecten. Daarbij maakt de onderzoeker wel een belangrijke kanttekening: “De Beweegrichtlijnen zijn vooral gebaseerd op lichamelijke effecten, maar het beschermende en behandeleffect bij psychische gezondheid treedt al eerder op. Wekelijks zo’n 90 minuten bewegen op een hogere intensiteit levert al winst op. Sterker nog, in de eerste 60 minuten zien we al aanzienlijke effecten op depressie: nog niet eens de helft van de Beweegrichtlijn!” 

“Al in de eerste 60 minuten matig tot intensief bewegen per week zien we aanzienlijke effecten op depressie.”

Jeroen Deenik, onderzoeker en gezondheidspsycholoog

Iets is beter dan niets

Ook het vermijden van langdurige inactiviteit is belangrijk. “Los van de precieze gezondheidseffecten van bewegen weten we het omgekeerde des te beter: veel en lang zitten en liggen vermindert de lichamelijke en psychische gezondheid. Daarbij maakt het niet uit hoeveel je beweegt; een half uur sporten heft niet het gezondheidsrisico op van de hele dag zitten. Dat doorbreken is dus minstens zo belangrijk.” 

Toch is iets beter dan niets. “Zeker voor mensen met psychische klachten kan het enorm lastig zijn om te bewegen, juist door zaken die samenhangen met de aandoening en behandeling. Denk aan verminderde motivatie, stress, moeite met initiatief nemen en dufheid door medicatie. Voor iemand zonder psychische aandoening kan het al lastig zijn om te bewegen, maar juist voor mensen die er extra baat bij hebben is de uitdaging nog groter.” 

En dus stelt Jeroen: “Staar je niet blind op de Beweegrichtlijnen. Iedere stap is winst. Stel haalbare doelen voor succeservaringen en bouw vanuit daar door. Probeer samen uit wat iemand leuk vindt. Heb plezier! Dat zijn de beste activiteiten, omdat mensen dan eerder volhouden. En plezier draagt bij aan psychische gezondheidswinst.”

Waarde benutten door expertise

Hoe kunnen professionals in zorg, sport en beleid de waarde van bewegen bij psychische aandoeningen optimaal benutten? “Er is veel bewijs dat interventies effectiever zijn als bij de uitvoering beweegprofessionals met expertise op mentale gezondheid betrokken zijn. Denk aan een psychomotorisch therapeut, fysiotherapeut of bewegingsagoog met expertise in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). We zien dat dit grotere effecten oplevert en mensen doen langer en meer mee. Belangrijk, want juist voor mensen met een psychische aandoening is het extra lastig om activiteiten te starten en vol te houden.” 

Waarom werkt de inzet van professionals met deze expertise zo goed? “Zij zijn meer onderlegd in psychische aandoeningen en wat daarbij komt kijken, zoals symptomen en medicatie. Ze vinden daarom makkelijker aansluiting. Ook zien ze het eerder zien als iets niet werkt voor iemand en kunnen ze afstemmen op lichamelijke risico’s.” Als voorbeeld noemt Jeroen eetstoornissen. “Bewegen is lang taboe geweest bij de behandeling daarvan. Maar onderzoeken laten zien dat het veilig kan met goede supervisie door iemand met expertise. Dan daalt het BMI bijvoorbeeld niet.”

Tot slot: wat kun je verder doen naast het betrekken van beweegprofessionals met expertise? “Breng ook kennis over aan iedereen die regulier in de ggz werkt, zoals zorgprofessionals. Zodat ze het belang van bewegen ontdekken, de waarde ervaren en expertise ontwikkelen.” 

Jeroen Deenik

Jeroen Deenik is gezondheidspsycholoog, epidemioloog en psychomotorisch therapeut. Hij richt zich op leefstijl gedrag en de implementatie van leefstijlinterventies bij mensen met een psychiatrische aandoening. Zijn streven hierin is om de gezondheid van mensen met (hoog risico op) een psychiatrische aandoening structureel te verbeteren. 

Jeroen werkt als onderzoeker en inhoudelijk programmaleider Leefstijl bij GGz Centraal, waar hij ook hoofd is van de onderzoekslijn ‘psychotische stoornissen’ en een onderzoeksgroep rondom leefstijl opzette. Hij is verbonden als assistent professor aan School for Mental Health & Neuroscience van de Universiteit Maastricht en de master Psychomotorische Therapie bij Hogeschool Windesheim. Jeroen is initiator van en werkt samen in verschillende initiatieven en consortia rondom leefstijl en psychiatrie in binnen- en buitenland en is gastdocent bij gezondheidszorg-gerelateerde cursussen en opleidingen.

Meer lezen?