Spring naar content

Huis voor Beweging brengt sport- en beweeginterventies en werkt aan succesvolle implementatie

Huis voor Beweging, dat kennis over bewegen en gezondheid vertaalt naar de praktijk, bestaat tien jaar. De organisatie heeft in de achterliggende jaren veel verschillende groepen met weinig beweeg- en sportervaring verleid tot een duurzame leefstijlverandering. Dat gebeurt met interventies en handreikingen voor de uitvoering in uiteenlopende situaties en omgevingen. Hoe gaat Huis voor Beweging te werk?

Wat is Huis voor Beweging?

Huis voor Beweging (HvB) is een landelijke organisatie die kennis over bewegen en gezondheid vertaalt naar de praktijk. Thema-instituten ontwikkelen en verzamelen kennis op het gebied van sport, bewegen en gezonde leefstijl, HvB zet die om in methodieken, aanpakken en erkende interventies voor de praktijk. Ook combineert het de laatste inzichten met bewegen als middel en soms als doel. HvB ondersteunt professionals bij de uitvoering van sport-, leefstijl- en beweegprogramma’s voor kwetsbare doelgroepen.

Monique Hampsink en Yrsa Wagemaker richtten in 2013 Huis voor Beweging (HvB)[1] op en sindsdien ontwikkelen en begeleiden zij verschillende erkende (leefstijl)interventies met sport en bewegen. De BeweegKuur (een gecombineerde leefstijlinterventie, voor mensen met gezondheidsrisico’s door overgewicht), Beweegkriebels (leuk, verantwoord beweegaanbod voor 0-4 jarigen), Wereldmeiden (een maatjesproject waarin Nederlandse meiden en vluchtelingenmeiden samen sporten en van elkaars leven en achtergrond leren) en Beweegpret voor senioren zijn onder andere van HvB. Deze interventies helpen maatschappelijke problemen te verkleinen. Ze zijn te vinden in de database sport- en beweeginterventies van Kenniscentrum Sport & Bewegen.

Wat helpt Huis van Beweging bij het effectief implementeren van een interventie?

HvB benoemt verschillende voorwaarden die bijdragen aan het succes van de implementatie van een interventie. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de interventie maatwerk wordt – ook in jouw werkomgeving.

Hoe zorgt HvB ervoor dat een interventie goed past in de lokale omgeving?

HvB verzorgt trainingen waarin het haar eigen interventies warm overdraagt om zo de beschrijving te verbinden aan de kennis en ervaringen van betrokken professionals. De toepassing van de interventie in hun praktijk is het centrale gespreksonderwerp. Om beschreven interventies goed te gebruiken, moet je ze passend maken op de vraag en de mogelijkheden en als het ware de lokale ‘look and feel’ geven. Ouderen in de Bijlmer houden misschien van andere beweegvormen dan ouderen in Appingedam. De accommodaties waar de aanpak georganiseerd wordt hebben verschillende mogelijkheden, net als de begeleiders van de groep. Dat zijn aspecten waarmee je rekening houdt, net als de ervaring van de doelgroep met bewegen. De interventie wordt maatwerk door deze te verbinden met de behoefte van de doelgroep en met de mogelijkheden die op de specifieke plek voorhanden zijn.

Hoe betrek je de doelgroep bij de interventie?

De standaard is een houvast, maar het succes en slagen van de interventie schuilt in hoe je samen met betrokken professionals denkt over hoe je de doelgroep betrekt en aan het leren zet. De werkwijze van HVB kenmerkt zich door activerend leren. Daarbij kijk je hoe de standaard die beschreven is het best kan worden gevormd naar jouw groep en hun situatie. Je leert hoe je maatwerk ontwerpt in gesprek met de groep en vaak samen met betrokken partners of collega’s. Je denkt in de uitvoering van een interventie hardop en bespreekt wat je gaat doen, hoe je het gaat doen en welke regels er gelden. Als professional bespreek je met de doelgroep wat zij willen bereiken, wat zij van jou als begeleider verwachten en wat zij van elkaar verwachten en wanneer iedereen tevreden is. 

Daarbij richt je je op het ontwikkelingsproces van de betrokkenen. In de uitvoering ondersteun je kinderen, jongeren of ouderen bij het ontwikkelen van gedrag dat hen helpt regie te krijgen op hun eigen gezondheid.

Hoe ondersteun je activerend leren?

Deelnemers worden bij de start van de interventie uitgenodigd te vertellen wat ze komen halen, maar ook wat ze al succesvol doen en weten. Deelnemers maken optimaal gebruik van de kennis en praktijk uit de groep en de betrokkenheid bij het gezamenlijke leerproces is groot. De diversiteit van inbreng en ervaringen helpt om waardevolle en passende suggesties te verzamelen en daarmee de interventie op maat te maken.

Hoe helpt bewegen daarbij?

Bewegen stimuleert onbevangenheid, plezier, interactie en vertrouwen in een groep. Het helpt deelnemers in wat HvB ‘de leerstand’ noemt. Het gaat om de verbinding in het samen bewegen, reflecteren en samen leren het gedrag te veranderen. De vraag is steeds: wat heeft iedereen nodig, welke zaken zijn daarbij echt relevant, wat is er lokaal mogelijk en hoe gaan zij zelf aan de slag? Ze herkennen veel bij elkaar en dat zorgt voor steun en erkenning. De activerende werkvormen die beschreven zijn in de verschillende interventies, stimuleren informele, vrije vormen van leren. De verschillende ervaringen in de groep leiden tot oplossingen die passen bij de groep en de lokale mogelijkheden. Dat is een mooie basis om nieuw gedrag vol te kunnen houden.

Deelnemers voelen zich gesterkt door de groep en geregeld vormen de deelnemers een support netwerk als de interventie afgerond is. Zij ondersteunen elkaar om het geleerde in hun eigen omgeving toe te passen en coachen elkaar als het nodig is. HvB noemt dit het stille leren: nadenken waarom je de dingen doet zoals je ze doet, wat helpt mij daarbij?

Wat is de rol van professionals daarbij?

Professionals vormen ook netwerken die samen de uitvoering van de interventie vormgeven. Zo werken voedingsdeskundigen, bewegingsexperts, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners samen aan de BeweegKuur en hebben teams uit een kinderdagverblijf samen gekozen voor het implementeren van Beweegkriebels. De basis voor de samenwerking is de beschrijving van de interventie, aangevuld met expertise, lokale kennis en kennis over de doelgroep. In de uitvoering wordt dit verrijkt met nieuwe inzichten en ervaringen en uitgewisseld in intervisiebijeenkomsten. Deelnemers aan de samenwerking worden uitgedaagd hun eigen ervaring met de interventie in te brengen en te toetsen hoe anderen dit zien. Dat stimuleert verantwoordelijkheid voor de eigen effectiviteit.

De samenwerkingen die rondom deze verschillende gedragsveranderingsprojecten ontstaan, zijn nieuw en sterk. Als mensen elkaar hebben ontmoet is er een belangrijk fundament voor toekomstige uitwisseling gelegd.

Hoe werkt de implementatiestrategie door bij de doelgroepen?

HvB ervaart dat het engagement van de professionals aanstekelijk werkt. Bij Wereldmeiden en Wereldgozers zien we dat de deelnemers (leerlingen en vluchtelingen) vaker dan voorheen op mensen af durven te stappen. Ze zijn nieuwsgierig en staan open voor jongeren met een andere achtergrond. De BeweegKuur is gebaseerd op samenwerking tussen professionals met verschillende expertises en stimuleert onderlinge steun van deelnemers bij het veranderen van gewoonten op het gebied van bewegen en voeding. Uit onderzoek naar de implementatie van de BeweegKuur blijkt dat de leefstijlinterventie bij implementatie in real-life eerstelijnszorginstellingen een effectieve bijdrage kan leveren aan preventie[1].

Tot slot

Succesvol implementeren van een interventie door HvB berust op activerend leren en eigenaarschap bij  professionals, die op hun beurt dit bij hun groepen stimuleren. Door de netwerkvorming en intervisie leren professionals samen te werken aan complexe maatschappelijke problemen. Groepsprocessen worden door interactieve, activerende werkvormen bronnen van verbinding en wederzijdse interactie, wat vertrouwen geeft en helpt bij gedragsverandering. Plezier met bewegen en spel, stimuleert het leren met hart en ziel waarmee leren en co-creatie dragers van nieuwe oplossingen zijn.

Foto boven artikel: Robert Zwart

Bronnen

  1. Schutte BAM, Haveman-Nies A, Preller L. One-Year Results of the BeweegKuur Lifestyle Intervention Implemented in Dutch Primary Healthcare Settings. Biomed Res Int. 2015; 10: 484823
  2. Haar WMA ter. (2014) Communiceren en improviseren: Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie. Amsterdam: UvA, proefschrift.
  3. Weggeman M. (2000) Kennismanagement: de praktijk. Schiedam, Scriptum.