Spring naar content

Jong beginnen met bewegen: dit zeggen de experts

Jong beginnen met bewegen. Dat was het thema van een van de online sessies bij de Week van de Motoriek. Experts bespraken onder meer het belang van bewegen voor een gezonde ontwikkeling van jonge kinderen, het belang van kinderen aan te moedigen tot risicovol spelen en de rol van digitale media. “Het allerbelangrijkste is dat het kind leert dat bewegen leuk is.”

“Vroeg beginnen is vroeg winnen. Idealiter bewegen kinderen van jongs af aan al voldoende en gevarieerd”, begint Rebecca Beck van Kenniscentrum Sport & Bewegen. “Dat helpt in bijvoorbeeld hun motorische ontwikkeling en vergroot de kans dat ze ook op latere leeftijd voldoende blijven bewegen.”

Het is niet voor niets dat de Gezondheidsraad in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het beweegadvies voor kinderen tot 4 jaar heeft opgesteld. “Hiermee krijgt ieder kind de kans een goede en gezonde start te maken”, zegt Beck.

Regelmatig bewegen en langdurig stilzitten beperken is belangrijk voor de gezondheid en goede ontwikkeling van jonge kinderen. Dat is de kern van het beweegadvies, dat per leeftijd aangeeft hoeveel minuten kinderen actief moeten zijn per dag, met verschillende activiteiten. Daarbij geldt: bewegen is goed, meer bewegen is beter. Ook geeft de Gezondheidsraad advies over de tijd die een kind mag stilzitten en over beeldschermtijd. “Plezier maakt bewegen extra leuk en gemakkelijk”, zegt Beck. “Moedig aan en geef het goede voorbeeld als ouder en als professional om het kind en gezin heen.”

Meer weten?

Bekijk de animatie en de infographic over het beweegadvies.

Op zoek naar balans

“Het beweegadvies van de Gezondheidsraad is vooral gebaseerd op wat experts op basis van hun kennis en ervaring zeggen”, reageert Jessica Gubbels, universitair hoofddocent bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. “Er is nog te weinig onderzoek gedaan om hele harde conclusies te trekken. Op dat gebied is er nog veel werk aan de winkel.”

Dat neemt niet weg dat het belang van bewegen zwaar weegt. “Motorische ontwikkeling gaat van een baby naar een kind dat speelt, rent en klimt. Gewoontes worden al jong gevormd. Kinderen die veel bewegen, doen dat vaak ook als ze volwassen zijn. Andersom zijn minder actieve kinderen later ook minder actief. Bewegen zorgt voor een fysieke en mentale gezondheid. En het ondersteunt sociale en cognitieve ontwikkelingen door samen te spelen en te leren sociaal te opereren.”

Wat dat betreft staat het er niet goed voor, zegt Gubbels. Kinderen zijn veel tijd inactief en motorische vaardigheden gaan achteruit in vergelijking met enkele decennia geleden. Daarbij is de achterstand van kinderen met een zwakke sociaaleconomische positie nog wat groter. “Daar bovenop is de coronacrisis een beweegcrisis. Wereldwijd hebben kinderen minder bewogen. En voor kinderen uit een zwakke sociaaleconomische posities is de achterstand nóg groter geworden.”

Slaapkwaliteit

Ze geeft aan dat bewegen niet op zichzelf staat, ook andere thema’s zijn belangrijk.  “Slaapkwaliteit heeft de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen. Bewegen moet niet ten koste gaan van slaap. Slaap is belangrijk voor de mentale gezondheid. Het is belangrijk om de balans te vinden.” 

De sleutelrol is daarbij weggelegd voor volwassenen om het kind heen. “Kinderen leren veel van wat anderen doen. Stimuleren dus, kinderen actief aanmoedigen, en ook kinderen die aan de kant blijven staan proberen mee te krijgen. Door de juiste werkwijze is ook dat mogelijk. Regels maken: bijvoorbeeld geen scherm voor bedtijd of altijd buitenspelen ondanks het weer. Want buitenspelen is een van de sterkste factoren die gerelateerd is aan meer bewegen.”

“Het is ook belangrijk om mensen die belangrijk zijn voor het kind erbij te betrekken. Met name de afstemming tussen opvang, school en thuis is heel belangrijk. Interventies die kinderen meer willen laten bewegen, werken het best als de ouders ook actief meedoen. Als ze in de opvang meer gaan bewegen, denk dan niet dat het thuis minder kan.” Gubbels geeft een laatste tip: “Wat is er nodig voor een goede interventie? Het allerbelangrijkste is dat het kind leert dat bewegen leuk is. Laat dat het primaire doel zijn. Als ouders zien dat een kind daaraan plezier beleeft, dan zijn ouders ook meer geneigd om dat te stimuleren. Die sleutel is er voor ieder kind, alleen niet bij ieder kind snel te vinden.”

Niet bang zijn

Bij risicovol spelen gaan kinderen aan de slag met spannende, uitdagende en avontuurlijke activiteiten, waarbij een risico bestaat op een (kleine) verwonding. Risicovol spelen is een van de uitdagingen die kinderen nodig hebben om te groeien in hun motorische, cognitieve en sociale vaardigheden. Dat lijkt te botsen met de maatschappij die steeds meer risicomijdend is geworden. “Hoe kijk jij naar risico’s?”, vraagt Zeina Bassa. Zij is consultant bij VeiligheidNL en houdt zich onder meer bezig met het onderwerp risicovol spelen. 

“De sleutel is zo veel mogelijk risico – lees: geen gevaar – toevoegen zodat kinderen zelf kunnen ontdekken. Het grootste voordeel van risico in spelen is dat het kinderen risicocompetent maakt. Kinderen leren zelf inschatten wat ze kunnen en durven en kunnen een situatie detecteren zodat ze weten hoe ermee om te gaan. Het leven zit vol risico’s. Hoe moet het dan als kinderen daarmee niet hebben kunnen oefenen? Want spelen is oefenspel voor later.”

Bassa wijst erop dat kinderen buiten hun comfortzone minder bewegingsangst en meer bewegingsbewustzijn opdoen en sociale vaardigheden opdoen en leren, bijvoorbeeld om angsten te overwinnen. “Het moet fout kunnen gaan. Ontdekkend spelen en grenzen verkennen. Kinderen doen dit van nature. Ze weten niet goed wat ze ergens van vinden: is het spannend of leuk? De kriebels in de buik is wat het leuk maakt.”

Risicovol spelen kan op veel verschillende manieren. De 8 belangrijkste vormen zijn: spelen met impact, met snelheid, op hoogte, op gevaarlijke plekken, met gevaarlijke voorwerpen, trek- en duwspelen (stoeien), spelen uit het zicht en kijken naar een ander kind dat risico’s neemt. Dat laatste noem je plaatsvervangend risico. Ouders en professionals moeten dat ondersteunen, vindt Bassa. “Kijk en luister naar het kind en waarschuw niet te snel: tel eerst tot tien.”

Digitaal bewegen

Digitale media lijkt de tegenpool van risicovol bewegen, maar dat hoeft niet zo te zijn, zegt Anouk Tuijnman. Zij werkt bij het Trimbos-instituut als wetenschappelijk onderzoeker om kinderen, jongeren en andere mediagebruikers te helpen daarin een gezonde (digitale) balans te vinden. “Digitale media is niet altijd een kwestie van stil zitten. Er zijn voorbeelden van digitale media die beweging stimuleren. Denk aan filmpjes van yogalessen of geocaching, dat mensen uitdaagt om de natuur in te gaan.”

“En daar waar digitale media wel stilzittend is, kunnen ze nog voordelen hebben. Zo kunnen digitale media helpen om in verbinding te komen met anderen. Digitale media kunnen voor ontspanning zorgen”, zegt Tuijnman. “We moeten ons er van bewust zijn dat digitale media niet meer weg te denken zijn uit ons leven. Het is onze taak om kinderen te begeleiden, zodat ze gebruik maken van de voordelen en de risico’s zoveel mogelijk vermijden.”

Het gaat dus om de digitale balans: het evenwicht tussen sociale, mentale en lichamelijke gezondheid. Tussen bijvoorbeeld tijd voor jezelf en verbinding, ontspanning en inspanning, en bewegen, stilzitten en slapen. “Het gaat om de balans tussen de verschillende elementen van gezondheid en de verschillende activiteiten door de week heen. Kinderen kunnen nog niet zelf keuzes maken, dus het is belangrijk dat ouders en anderen hen daarin begeleiden.”

Zorg voor een gezonde balans tussen bewegen én stilzitten in combinatie met het gebruik van digitale media. Dit visiestuk, opgesteld door Kenniscentrum Sport & Bewegen, Trimbos-instituut en Netwerk Mediawijsheid, helpt jou op weg.

Wat kun je hiermee als professional? Wees je bewust dat ouders digitale media met verschillende doeleinden inzetten. Vraag naar de visie van ouders op opvoeding rondom digitaal mediagebruik. Maak ouders bewust van hun voorbeeldrol. En ga als professional samen met de ouders aan de slag voor een gezonde balans. “Wijs de ouders op het belang van balans en maak geen verwijten.”

In actie komen

Duidelijk is dat de aandacht voor bewegen bij de jongste kinderen is toegenomen. “Het kabinet heeft aandacht voor preventie, dat steeds meer uitwerking krijgt in het sportbeleid”, zegt Liza van Koperen. Zij zet zich als senior beleidsmedewerker bij de directie sportbeleid van het ministerie van VWS in voor het thema Vaardig in Bewegen voor de jeugd. “Een voorbeeld daarvan is de Beweegalliantie, die afgelopen zomer is gelanceerd. Deelnemende partijen vormen een netwerkorganisatie gericht op bewegen in het dagelijks leven. De jeugd is daarin ook een belangrijke groep. Zij staan aan de start.”

“Ook hebben we de afgelopen vier jaar veel gehad aan het Sportakkoord. De minister heeft dan ook besloten het Sportakkoord een vervolg te geven tot 2026. 

De aandacht voor bewegen moet onverminderd groot blijven. Van Koperen besluit positief. “De veelzijdigheid van onderwerpen in deze sessie is gegroeid – dat is ontzettend goed. De elementen van risicovol spelen en digitale balans zijn nieuwe elementen. Dat moeten we met elkaar blijven beklijven.”

Meer weten?

Dit artikel is een samenvatting van een van de online sessies van de derde Week van de Motoriek, die plaatsvond in november 2022. Wil je de sessie terugkijken? Dat kan: in dit digimagazine zijn alle kennissessies gebundeld, vind je tips en trucs, aanvullende interviews en meer.