Spring naar content

Kennisagenda Sport en Bewegen

De Nederlandse sportpraktijk moet meer kunnen profiteren van nieuwe wetenschappelijke gegevens en inzichten. Dat is de inzet van de ‘Kennisagenda Sport en Bewegen – Van traplopen tot podium’, die het voorjaar van 2016 verscheen.

De nadruk van de Kennisagenda voor sport en bewegen ligt op een brede multidisciplinaire benadering. Doel is onderzoekers en vakgebieden stimuleren tot samenwerking, en de sportkennis ook op andere terreinen gebruiken. Drie hoofdthema’s staan in de agenda centraal: Beter presteren, Een leven lang bewegen en De waarde(n) van sport.

Multidisciplinaire aanpak

De Kennisagenda sport en bewegen benoemt de ontwikkelingen in het sport- en beweegonderzoek voor de komende twaalf jaar. De nadruk ligt op een brede multidisciplinaire benadering: alle soorten kennis komen erin aan de orde. Zo valt te denken aan onderzoek naar individuele psychologische processen (bijvoorbeeld reactiesnelheid) en fysiologische metingen (bijvoorbeeld vermogen), maar ook ontwikkeling van ‘slimme’ materialen en virtual reality. Door al die gegevens te verzamelen en vervolgens met de kennis van andere wetenschappen te verbinden (big data en data science) denken de wetenschappers veel nieuwe kennis te ontwikkelen. En te verspreiden tot bij de gebruikers.

Sportpraktijk betrekken

Doel van de Kennisagenda is dat de Nederlandse sportpraktijk direct kan profiteren van nieuwe wetenschappelijke gegevens en inzichten. Dat vraagt om een proactief netwerk en innovatieve methoden om de sportpraktijk bij het onderzoek te betrekken. Er bestond al veel samenwerking tussen sportonderzoekorganisaties in ons land, maar met de Kennisagenda is er sprake van nationale krachtenbundeling. De drie hoofdthema’s zijn niet nieuw, zij steunen op een al langer bestaande samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, en onderzoeksconsortia, waarvan ook het bedrijfsleven, vertegenwoordigers van de sportpraktijk en andere onderzoeksinstituten deel uitmaken.

Thema 1: Beter presteren

google glas bril
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Bij Beter presteren staat de topsport centraal. Betoogd wordt dat wetenschappelijke kennis nodig is, willen wij als land meer medailles winnen. In de thema’s effectief selecteren, leren, trainen en presteren gaat het over onderzoek naar fysieke en mentale mogelijkheden van sporters. Te denken valt aan methodes om talentherkenning te verbeteren, het meten van vermogen bij roeiers door middel van de Google-Glass bril of het onderzoek naar de invloed van slaap op de prestatie. Maar ook onderzoek naar de samenwerking binnen teams en tussen sporters en begeleiders krijgt aandacht. Veel concreter voor veel mensen is de ontwikkeling van eigenschappen van materialen die doorslaggevend kunnen zijn voor het behalen van succes, zoals de ontwikkeling van een T-shirt met sensoren erin verwerkt.

Thema 2: Een leven lang bewegen

stappenteller
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Een leven lang bewegen gaat over de relatie tussen bewegen en gezondheidsvraagstukken. Kennis over de rol van bewegen in het onderwijs, beweegprogramma’s op maat en het voorkomen van blessures is van belang om te kunnen zorgen voor een vitale samenleving. In zo’n samenleving is een actieve levensstijl vanzelfsprekend, nemen mensen de trap in plaats van de lift, sporten scholieren en blijven chronisch zieken en ouderen in beweging.

Kennis is vooral nodig om ervoor te kunnen zorgen dat een leven lang bewegen verantwoord gebeurt, want alleen dan is het gezond. Onderwerpen van onderzoek zijn onder andere maatschappelijke kosten van sportblessures, de rol van fitnesstrackers bij bewegingsstimulering, verbeteren van screening van sporters en factoren die samenhangen met een veilige terugkeer naar het sportveld. En ook binnen dit werkveld kunnen grote cohortstudies, zoals dataverzamelingen bij sportclubs, waardevolle inzichten opleveren.

Thema 3: De waarde(n) van sport

smart watch
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Sport is een onderdeel én een spiegel van samenleving. Het derde thema belicht dit aspect van sport. Als de samenleving in beweging is, dan beweegt de sport mee. Onderzocht worden de ontwikkelingen in aard, omvang, beleving en organisatie van sport en bewegen. En wat de invloed is van maatschappelijke en culturele factoren, van technologie en het toenemend social media gebruik. En wat gebeurt er bij de (her)inrichting van de openbare ruimte? Meer en beter inzicht is nodig in de maatschappelijke kansen en problemen van sport. En ook de werkvelden sport en het bewegingsonderwijs kunnen meer onderzoek goed gebruiken. Meer kennis van fysieke, sociale en persoonlijke leerprocessen kan helpen om doelmatiger interventies in te zetten.

Internationale ambities

De Kennisagenda heeft internationale ambities. Nederland zou kunnen uitgroeien tot één van de grote spelers in het veld van sportonderzoek. Doel is om samen met de landen die de Olympische Spelen organiseren te komen tot een meerjarige programmering en een internationaal netwerk, waarin de olympische cyclus leidend is. Een eerste aanzet heeft al plaatsgevonden, toen sportonderzoekers deel uitmaakten van de handelsmissie die begin november op bezoek ging in Tokyo: de stad waar in 2020 de Olympische Spelen plaatsvinden.

Samenhang met andere onderzoeksagenda’s

Het TopTeam Sport – dat eind 2014 door minister Schippers in het leven werd geroepen vroeg NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) de Kennisagenda sport en bewegen op te stellen. Deze dient als aanvulling op de in 2015 ontwikkelde Kennis- en innovatieagenda sport. De nieuwe agenda moet alle verschillende agenda’s voor sportonderzoek van de afgelopen jaren samenvoegen en meer politiek en beleidsmatig verankeren. Mede daarom is de nieuwe Kennisagenda sport en bewegen goed afgestemd op de route Sport en Bewegen uit de bredere Nationale Wetenschapsagenda. Acht wetenschappers, onder aanvoering van dr. Cees Vervoorn, gingen aan de slag met het opstellen van de nieuwe Kennisagenda, die in april werd gepresenteerd.

Lees meer