Spring naar content

Mensen met dementie: motieven en belemmeringen voor bewegen

Mensen met dementie bewegen minder dan leeftijdgenoten zonder dementie. Daarom is het belangrijk dat professionals weten wat deze mensen stimuleert en belemmert bij het bewegen. Onderzoek onder mensen met dementie, mantelzorgers en fysiotherapeuten biedt antwoorden.

79% van de mensen met dementie woont thuis, blijkt uit cijfers van Alzheimer Nederland. De eisen voor opname in verzorgings- of verpleeghuizen maakt dat mensen met dementie een stuk langer thuis wonen dan een aantal jaar geleden. Daarbij komt dat mensen met dementie minder bewegen dan hun leeftijdsgenoten zonder dementie[1]. Dat verschil is het grootst voor matig tot intensief bewegen. Bewegen en vooral matig tot intensief is – net als voor andere mensen – belangrijk voor fitheid, gezondheid en kwaliteit van leven.

Weinig geschikt aanbod

De noodzaak van geschikt en passend beweegaanbod voor thuiswonende mensen met dementie groeit. De beperkingen zijn bij veel mensen uit deze groep nog niet zo ernstig dat ze alleen bij een fysiotherapeut kunnen bewegen. Bewegen kan bijvoorbeeld nog prima bij de dagbesteding of daarbuiten – bijvoorbeeld bij een sportvereniging, een fitnesscentrum of een buurthuis. Wel vragen de cognitieve en motorische beperkingen van deze groep om specifiek aanbod – en dat ontbreekt vermoedelijk nog in veel gemeenten. Zeker als de dementie verder gevorderd is, is aangepast beweegaanbod nodig. Een beweegvriendelijke omgeving kan hierbij helpen.

De vraag is: waar moet aanbod voor deze doelgroep aan voldoen? En hoe kunnen mensen worden gemotiveerd en gestimuleerd om mee te doen? In het algemeen geldt voor mensen die weinig bewegen en wat minder gemotiveerd zijn dat het vooral belangrijk is om belemmeringen weg te nemen, nog voordat je de voordelen duidelijk maakt.

Het onderzoek

Onderzoeker Esther Karssemeijer heeft 20 thuiswonende mensen met dementie, hun mantelzorgers, en fysiotherapeuten gevraagd welke factoren de grootste invloed hadden op hun sport- en beweeggedrag[2]. Allen moesten de factoren rangschikken naar belangrijkheid. Die lijst met factoren was gebaseerd op eerder onderzoek[3]. De mensen met dementie deden overigens ook mee aan een onderzoek waarbij ze virtueel moesten fietsen. Het kan zijn dat zij en hun mantelzorgers daardoor niet helemaal representatief zijn voor alle mensen met vergelijkbare problematiek.

Grote verschillen tussen groepen

De tien belangrijkste factoren zijn vooral factoren die belangrijk zijn voor de persoon zelf, zoals ‘goed voor de gezondheid’ en ‘leuk om te doen’. Dat geldt voor alle drie de groepen respondenten. Maar daarbij is het wel opvallend dat de mensen met dementie en de mantelzorgers heel andere factoren noemen dan de fysiotherapeuten. Bij de fysiotherapeuten staan vijf belemmeringen in de toptien van factoren met de meeste invloed, terwijl de anderen alleen maar positieve factoren in de top tien noemden. Deze uitkomst is niet onverwacht. Mensen met dementie focussen liever op positieve zaken dan op verlies van functies. Fysiotherapeuten richten zich in hun werk juist meer op het wegnemen van belemmeringen en noemen die daarom waarschijnlijk meer.

Overzicht van de resultaten

Onderstaande tabel is een weergave van de belangrijkste motiverende, stimulerende en belemmerende factoren om mensen met dementie te laten bewegen. Mensen met dementie, hun mantelzorgers en fysiotherapeuten hebben apart gescoord. 1 houdt in: belangrijkste binnen de groep.

Mensen met dementieMantelzorgersFysiotherapeuten
Goed voor mijn gezondheid11
Bewegen heeft lichamelijke voordelen22
Lang soepel blijven3
Kom graag buiten in de natuur4
Meer zelfvertrouwen door bewegen53
Begeleider aanwezig3
Plezier in bewegen4
Goed weer5
Neemt geen initiatief1
Gezelligheid2
Last van pijn4
Te moe voor bewegen5

Betekenis voor de praktijk

Het is belangrijk een beweegaanbod te hebben voor thuiswonende mensen met dementie. Op basis van onze kennis lijkt deze groep weinig tot geen aandacht te krijgen vanuit gemeenten en beweegdocenten. Terwijl het voor deze groep juist extra lastig is om individueel te bewegen, aan te sluiten bij een vereniging of anders georganiseerd aanbod.

Het belang van persoonsgebonden factoren benadrukt het belang van een persoonsgerichte aanpak. Dat kan ook in groepsgebonden activiteiten, waarin mensen persoonlijke aandacht krijgen. Waar rekening wordt gehouden met individuele beperkingen, en waar mensen oefeningen op hun eigen niveau kunnen doen. Het belang van persoonsgerichte aanpak geldt voor senioren met dementie nog meer dan bij leeftijdsgenoten zonder dementie.

Dat de doelgroep en mantelzorgers vooral motiverende factoren voor bewegen selecteren, is goed te gebruiken in de communicatie om mensen te betrekken bij een activiteit. Benadruk daarbij dan de voordelen van bewegen die de mensen zelf benoemen. Ook is het belangrijk dat de doelgroep en hun mantelzorgers van professionals leren hoe je met belemmeringen kunt omgaan. Bijvoorbeeld als iemand aangeeft vaak in de ochtend moe te zijn, dan plan je bewegen op een moment op de dag als hij of zij actiever is. Begin rustig: vaak neemt energie juist toe als iemand eenmaal bezig is.

Meer lezen 

Bronnen

  1. Hartman YAW, Karssemeijer EGA, van Diepen LAM e.a. Dementia Patients Are More Sedentary and Less Physically Active than Age- and Sex-Matched Cognitively Healthy Older Adults. Dement Geriatr Cogn Disord. 2018;46(1-2):81-89.
  2. Karssemeijer EGA, de Klijn FH, Bossers WJR, Olde Rikkert MGM, van Heuvelen MJG. Ranking Barriers, Motivators, and Facilitators to Promote Physical Activity Participation of Persons With Dementia: An Explorative Study. J Geriatr Phys Ther. 2020 Apr/Jun;43(2): 71-81.
  3. Logge IHJ, Karssemeijer EGA, van Gennep M. Bewegingsstimulering en cognitieve training voor ouderen met dementie. 2016 Jun.