Spring naar content

Sport en gedrag: hoe kan ik beïnvloeden zonder politieagent te zijn?

Een veilig sportklimaat staat of valt met de inzet van de sporter. Maar het zijn de trainers en de bestuurders van wie gevraagd wordt het gedrag van hun leden positief te beïnvloeden. Hoe pak je dat aan? In dit artikel inspiratie voor bestuurders, die zoeken naar alternatieven voor de politieagent-aanpak.

Gewenst en ongewenst gedrag varieert per sport, per vereniging en per team. Ga er maar aan staan als trainer of bestuurder. In deze artikelenreeks geven wij oplossingen voor herkenbare, alledaagse sociale sportproblemen. De reeks is gebaseerd op de rapportage Van goede bedoelingen naar goed gedrag, door Johan Steenbergen en David Romijn.

Stel: je bent bestuurder van een handbalvereniging…

Er heerst een goede sfeer en er worden soms uitstapjes georganiseerd. Toch hoor je van sommige leden geluiden dat ze het niet fijn vinden hoe een dominante groep mannen foute grappen over homo’s en vrouwen maakt. Je dacht zelf dat het wel meeviel, maar wilt er toch graag iets aan doen. Daarbij wil je geen politieagent zijn, omdat deze gezellige groep juist ook voor de vereniging behouden moet worden. Maar wat dan?

Inzicht

Je kunt als bestuurder ook beïnvloeden zonder als een politieagent continu de confrontatie aan te gaan. Met vele kleine duwtjes bereik je soms meer dan met één grote zet. De meest effectieve duwtjes zijn iets de norm maken (langdurig zelf het goede voorbeeld geven), feedback geven op een keuze en een keuze promoten.

Alledaags gedrag blijkt onbewust te zijn

Eerst maar eens wat interessante informatie over ‘gedrag’. Veel mensen denken dat gedrag en gedragsbeïnvloeding een bewust proces is, maar de laatste jaren blijkt uit onderzoeken dat veel alledaags gedrag onbewust is. Een belangrijk inzicht is dat mensen elkaar, onbewust, imiteren. Zo ondervond sociaal-psycholoog Dijksterhuis dat hij tijdens de drie weken van de Tour de France sneller van zijn huis naar het werk fietst. Het zijn allemaal vormen van onbewust imiteren: als we veel mensen zien die afval in de bakken doen, is de kans groot dat we dat óók doen.

Eigen verwachtingen sturen het gedrag van de ander

Verwachtingen tegenover andere personen zijn bepalend voor het gedrag van de anderen. De psycholoog Rosenthal voerde experimenten uit naar wat verwachtingen betekenen voor schoolprestaties. Leerlingen waarvan de leraren terecht (maar ook onterecht!) een hogere verwachting hadden, gingen zich hiernaar gedragen en boekten meer vooruitgang. Als je het kind het etiket ‘begaafd’ opplakt, dan blijkt dat een krachtige self-fulfilling prophecy te zijn. Verwachtingen sturen dus het gedrag. Een sportvoorbeeld: wanneer een trainer verwacht dat spelers zich gewenst gedragen, is dit sturend, maar net zo goed andersom: lagere verwachtingen zijn ook bepalend.

Een duwtje in de goede richting is soms al voldoende

Het eigen gedrag vindt dus vaak onbewust plaats en door zaken waarvan we ons vaak niet eens zo bewust zijn. Dit betekent dat je als bestuurder van een sportvereniging op een subtiele manier het gedrag van de leden kan beïnvloeden, bijvoorbeeld door nudging. Nudging is letterlijk een duwtje in de goede richting. Een voorbeeld uit de sport: steeds meer sportverenigingen willen overgaan op een gezond aanbod in de sportkantine. Moet je overgaan op een volledig gezond aanbod en alles wat minder gezond is uit de kantine verbannen? En hoe krijg je mensen zover om, zonder dwang of regelgeving, te kiezen voor een gezond aanbod? Veel sportkantines oefenen daarom op subtiele wijze – door de inrichting bijvoorbeeld – invloed uit op het eetgedrag. Denk aan halve porties in plaats van hele porties aanbieden.

Lees ook dit artikel over nudging.

Schets altijd een positief beeld

Een subtiel duwtje in de goede richting is vaak effectiever dan een meer gebiedende toon. Een mededeling als ‘binnen onze club wordt te veel gescholden, waardoor veel scheidsrechters niet meer fluiten’ is minder effectief dan de mededeling ‘scheld alstublieft niet op de scheidsrechter, we willen ze graag behouden.’ De eerste mededeling benadrukt hoe ernstig het probleem is; het benadrukt het negatieve. De tweede mededeling heeft een positieve waarschuwende toon en is effectiever dan de negatieve informerende toon.

Wat kun je als bestuurder doen?

De bestuurder uit het voorbeeld aan het begin van dit artikel wil op een wat subtiele manier het homo- en vrouwonvriendelijke gedrag beïnvloeden zonder zelf al te belerend te worden. Het gaat om een klein zetje in de juiste richting, niet te verplichtend, waardoor de kans op weerstand klein(er) is. Hier volgen nog drie tips om gedrag en de (onbewust) gemaakte keuzes subtiel te beïnvloeden:

  • Iets de norm maken, want mensen gaan vaak graag mee met de norm. Wanneer je gedrag wilt veranderen, zorg er dan voor dat het gewenste gedrag de norm wordt. Om foute grappen van anderen tegen te gaan, moet je als bestuur extra kritisch op je eigen taalgebruik zijn. Als het bestuur alleen maar in respectvolle termen over vrouwen en homo’s praten, maak je het daarmee de norm.
  • Door feedback te geven bij een keuze, geef je iemand inzicht in zijn gedrag op dat moment. Zoals verkeersborden die aangeven hoe hard iemand rijdt. Wanneer er ‘u rijdt te snel’ staat, wordt de persoon de keuze gegeven om het gedrag wel of niet aan te passen. In deze casus zou je simpelweg kunnen doorvragen waaróm iemand ‘mietje’ of ‘flikker’ zegt.
  • Een keuze promoten. Maak de voordelen van de keuze ‘gewenst gedrag’ zichtbaar waardoor clubleden het gewenste gedrag sneller gaan vertonen. Een voorbeeld: leg als bestuurder tijdens de ALV de nadruk op de aanwas van nieuwe vrouwen(teams) als gevolg van de gezellige – vrouwvriendelijke – sfeer in de kantine.

Meer lezen