Spring naar content

Zo realiseer je buitensportaccommodaties

Wat komt er zoal kijken bij de bouw van nieuwe buitensportaccommodaties? Piet Kranendonk van adviesbureau ASC Sports & Water legt het uit.

Sportvelden heten ook wel ‘buitensportaccommodaties’. Van oudsher zijn die aangelegd voor een specifieke tak van sport, zoals voetbal, hockey of tennis. Maar rondom veel van die velden zijn in en rondom stedelijke gebieden complete sportparken ontstaan. Zulke sportparken zijn tegenwoordig mede de ‘groene longen’ van de stedelijke gebieden.

Zo is sportpark Middenmeer in Amsterdam, een gebied van veertig hectare, de afgelopen tien jaar omgevormd tot het Meerpark, met recreatie- en verblijfsmogelijkheden voor jong en oud. Het alleengebruik door verenigingen is daarmee steeds minder aan de orde. Zo doen bijvoorbeeld buitenschoolse opvangplaatsen in kantines hun intrede op sportparken, en gebruiken ook scholen de parken. Verder worden sportpleinen en Cruyff- en Krajicek-velden opgenomen in de parken.

De buitensportaccommodaties worden zo ook meer overdag gebruikt. De introductie van picknickplaatsen met speel- en hangplekken, fruitbomen en heesters en boomschorspaden voor joggers en wandelaars draagt daar nog meer aan bij. Er is meer te beleven en er is meer sociale controle.

Het initiatief ligt niet alleen bij de gemeente

Het idee voor de aanleg van een veld ontstaat meestal binnen de gemeenteorganisatie. Maar in toenemende mate nemen ook sportbedrijven, sportstichtingen en verenigingen het initiatief voor de aanleg van een nieuw veld. Denk daarbij aan:

  • tennisvelden van gravel;
  • hockeyvelden van kunstgras;
  • voetbalvelden van natuurgras;
  • half verharde jeu de boules-banen;
  • hardcourt-sportpleinen.

Wat er zoal komt kijken bij de aanleg van zulke of andere buitensportaccommodaties wordt in dit artikel beknopt uitgelegd, aan de hand van een aantal aspecten.

Planvoorbereiding

De aanleg van een buitensportaccommodatie wordt veelal voorbereid door de initiatiefnemer, in samenwerking met een adviesbureau. Op de site van ASC Sports & Water staan enkele voorbeelden.

Aan de voorbereiding zitten vijf aspecten vast.

1. Behoeftebepaling

Eerst moet worden bepaald welke doelgroepen in welke aantallen gebruik zullen gaan maken van de buitensportvoorziening. Dat is nodig om tot een passend ontwerp te kunnen komen.

Een voorbeeld van een doelgroepcombinatie is een voetbalvereniging met school en bso. De samenstelling van de vereniging en het gebruik door de school bepalen dan het type accommodatie en het aantal benodigde velden.

Met een behoeftebepaling en een concept-inrichtingstekening van het adviesbureau kunnen vervolgens met de doelgroepen besprekingen worden aangegaan over de gewenste invulling van het plan.

In het Handboek Sportaccommodaties (hier te bestellen) staat meer over dit onderwerp. Het is een naslagwerk voor iedereen die met planning, ontwerp, bouw, onderhoud of beheer en exploitatie van sportaccommodaties te maken heeft. Het geeft zowel sporttakoverstijgende richtlijnen voor accommodaties als specifieke eisen per sporttak. Ook over een groot aantal verwante thema’s, zoals belastingen, subsidies en energie, is in dit handboek informatie te vinden.

2. Bodemopbouw

De bodem waarin een veldconstructie wordt aangelegd moet natuurlijk niet in de loop der tijd gaan verzakken of aflopen. Daarom moet de waterhuishouding in en rondom een veld goed worden geregeld, over een lange periode.

Ook hierover kunnen externe experts het beste informatie verstrekken. Zij kunnen eventueel door het adviesbureau ingehuurd worden. Ze kunnen uit de bodemopbouw afleiden of er in de bodem bijvoorbeeld reeds bouwstenen aanwezig zijn, zoals grond en zand, om de beoogde veldconstructie (mede) uit te kunnen samenstellen.

3. Omgevingsfactoren / inrichtingselementen

In het Handboek Sportaccommodaties staan onder het kopje ‘Sportoppervlakken’ per tak van sport richtlijnen beschreven welke inrichtingselementen op en rondom de buitensportarealen kunnen of moeten worden toegepast. Denk daarbij aan:

  • doelen;
  • ballenvangers;
  • veldverlichting;
  • dug-outs;
  • et cetera.

In dit handboek staat ook informatie over belijningsprotocollen, beregeningsinstallaties en tribunes. Over het ontwerp van de veldverlichting staat op de website van de Nederlandse stichting voor verlichtingskunde per tak van sport en per type veld welk ontwerp moet worden toegepast.

Verder mogen de ontwerper en beheerder zelf bepalen welke inrichtingselementen in het ontwerp worden ingepast binnen de grenzen van de veldafscheiding. Beplantingsstroken kunnen bijvoorbeeld sfeerverhogend en luwtebevorderend werken. Denk aan beuken- en coniferenhagen rondom tennisbanen. Bomen kunnen trouwens ook lichthinder wegnemen.

4. Regelgeving / vergunningen

Voor de aanleg van buitensportaccommodaties moet in toenemende mate rekening worden gehouden met een tijdige aanvraag van vergunningen. Ook dit kan het adviesbureau doen.

Dit komt er bijvoorbeeld allemaal bij kijken:

  • het bestemmingsplan moet worden getoetst en zo nodig aangepast;
  • er is een bouwvergunning nodig voor de plaatsing van lichtmasten, hekwerken, dug-outs, et cetera;
  • voor de plaatsing van lichtmasten moet een lichthinderonderzoek worden uitgevoerd;
  • er is een milieukundig bodemonderzoek nodig als er grond gaat worden afgevoerd;
  • er moet een (tijdelijk) gronddepot worden ingericht;
  • het oppervlaktewater moet worden afgevoerd en daarvoor is een drainagestelsel nodig;
  • er moet een watertoets worden gedaan bij het ontwerp van civieltechnische veldconstructies;
  • er moeten voorzieningen worden getroffen voor de veilige aan- en afvoer en opslag van bouwmaterialen en dergelijke;
  • bodemkwaliteitskaarten moeten worden toegepast; bij uitwisseling van grond binnen eenheden van bodemkwaliteitskaarten kan worden volstaan met beperkt milieukundig onderzoek.

5. Bestek, tekeningen en begroting

Voor het aanbesteden van de aanleg van een veld stelt het adviesbureau veelal een programma van eisen samen, of een zogenoemd ‘RAW-bestek’. Een plantekening geeft daarbij mede inzicht in de gewenste inrichting van de projectlocatie.

Op basis van een technische werkomschrijving en een plantekening kan dan een begroting worden gemaakt. Daarmee kan voorafgaande aan een aanbesteding worden getoetst of er voldoende budget beschikbaar is voor het gemaakte ontwerp.

In een bestek moet een ontwerp van een buitensportaccommodatie altijd worden geconformeerd aan specifieke normstellingen van NOC*NSF en de regelgeving van de sportbonden. Zo wordt de wedstrijdwaardigheid van de aan te leggen veldconstructie geborgd voor het spelen van competitiewedstrijden voor een betreffende sportbond.

Meer informatie over de normering en eisen

De kaders voor de bouw van buitensportaccommodaties zijn door NOC*NSF en de sportbonden vastgelegd in deze vijf bronnen:

  1. De normen van NOC*NSF beschrijven in detail het ontwerp van buitensportaccommodaties. Hierin is vastgelegd waaruit de opbouw van bijvoorbeeld een natuurgras- en een kunstgrasvoetbalveld en een jeu de boules-baan dient te bestaan.
  2. De sportvloerenlijst van NOC*NSF dient om vanuit specifieke materiaaltechnische normen van bijvoorbeeld het zand of de kunstgrasmat een volledig inzicht te krijgen in de opbouw van een zandkunstgras-tennisbaan. Deze informatie wordt vervolgens gekoppeld aan gecertificeerde aannemers die zo’n baan kunnen en mogen bouwen. Op de website van NOC*NSF staat de actuele regelgeving aangaande het ontwerp, de aanleg en het beheer van sportaccommodaties.
  3. In het Procedurehandboek sportaccommodaties staat hoe veldconstructies tot stand komen en hoe een goede aanleg ervan door een gecertificeerde aannemer kan worden geborgd. Ook de rol van de keuringsinstituten wordt besproken.
  4. Het al eerder genoemde Handboek Sportaccommodaties (hier te bestellen).
  5. De eveneens al genoemde website van de Nederlandse stichting voor verlichtingskunde.

Aanbesteding

Door deze normen, maar ook doordat de werkzaamheden alleen door gecertificeerde aannemers kunnen worden uitgevoerd, kunnen de aanbestedingsvormen vaak relatief kort duren en eenvoudig zijn. Bij de aanbesteding van buitensportaccommodaties blijken de criteria die zijn gericht op de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) in veel situaties niet goed toepasbaar.

Begeleiding tijdens realisatie

In het Procedurehandboek sportaccommodaties staat hoe een goede aanleg van een buitensportaccommodatie moet worden geborgd. Door NOC*NSF zijn hiertoe keuringsinstituten geaccrediteerd die de aanlegprocedure begeleiden. Zo wordt de aanleg door een gecertificeerde aannemer op onderdelen gecontroleerd. Ook wordt het eindresultaat sporttechnisch beoordeeld, dat wil zeggen: op een goede wedstrijdwaardigheid voor de betreffende tak van sport.

De gecertificeerde aannemer conformeert zich er vervolgens aan dat het betreffende veld over een tijdsvak van ten minste vijf jaar wedstrijdwaardig blijft, bij een vooraf besproken gebruik en onderhoud.

Vanwege de grote belangen van een juiste aanleg binnen de kaders van het contract wordt geadviseerd om ook de directievoering door een specialistisch adviesbureau te laten uitvoeren.

Meer lezen? Vind publicaties over buitensportaccommodaties in de Kennisbank Sport en Bewegen.