Spring naar content

Aanvullende blootstelling aan minder zuurstof verbetert de loopprestatie tijdens trainingsstage op medium hoogte

Een effectieve hoogtetraining voor een atleet vraagt om een optimale zuurstofarme (hypoxische) prikkel met zo min mogelijk beperking van de trainingsintensiteit en het herstel. Menig trainingscentrum in de bergen heeft uitmuntende faciliteiten, maar is vaak lager gelegen dan de gewenste hoogte van 2.000-2.500 meter. Een recente studie onder Spaanse toplopers laat zien dat dagelijkse blootstelling aan extra zuurstofarme lucht (‘intermittent hypoxic exposure’) uitkomst kan bieden.

Het onderzoek gebeurde tijdens een trainingsstage van atleten op 1.000 meter hoogte. Daar zorgde de gestandaardiseerde prikkel voor gunstige hematologische veranderingen en een betere loopprestatie, zonder nadelige lichamelijke effecten. In de aanloop op het seizoen kan een trainingsstage op relatief geringe hoogte door een aanvullende hypoxische prikkel worden geoptimaliseerd.

Wat is al bekend?

  • Hoewel hoogtetraining theoretisch goed is onderbouwd als methode om gunstige fysiologische adaptaties te bewerkstelligen, is die niet voor elke sporter op elk moment even effectief en kan zelfs nadelig uitpakken.
  • Een hoogte van 2.000-2.500 meter gedurende vier weken wordt gezien als optimaal, maar gaat gepaard met een beperking van de trainingsintensiteit en het herstel.

Wat is nieuw?

  • Een langdurige hoogtestage op ‘slechts’ 1.000 meter met aanvullende dagelijkse blootstelling aan zuurstofarme lucht is effectief en veilig. 

Seizoensvoorbereiding

24 middel- en langeafstandslopers (gemiddelde VO2-max: 55 ml/min/kg) verbleven in voorbereiding op het seizoen acht weken in de Spaanse stad Soria op 1.065 meter hoogte. Ze trainden hier volgens het schema dat ze al jaren deden, een mix van duur-, interval- en weerstandstrainingen (6 dagen in de week 2 trainingen per dag, de 7de dag alleen een ochtendtraining). Alle atleten kregen dagelijks na de ochtendtraining gedurende 90 minuten een ademmasker op: de ene helft ontving hypoxische lucht (fractie zuurstof aflopend van 13 naar 10%, overeenkomend met een hoogte van 4.000 tot 5.500 meter) in cycli van 10 minuten (5 minuten hypoxie, 5 minuten normoxie), de andere groep lucht met een normale fractie zuurstof (controle).

Waar hematologische parameters niet veranderden in de controlegroep, waren in de hypoxiegroep positieve aanpassingen in het bloed zichtbaar als teken van een efficiënter zuurstoftransport naar de spieren. Zo stegen de concentraties van erytropoëtine (het hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert), het zuurstofbindende eiwit hemoglobine en het percentage reticulocyten (jonge rode bloedcellen) – de laatste twee veranderingen waren na vier weken al zichtbaar. Aantallen immuuncellen (leukocyten, lymfocyten en monocyten) in het bloed en biomarkers voor nierschade (ureum, creatinine, totaal eiwit) veranderden in beide groepen niet tijdens de trainingsstage. Dat suggereert dat de extra zuurstofarme prikkel niet gepaard ging met ongezonde effecten. 

Loopprestatie

De  positieve veranderingen in het bloed van de hypoxiegroep gingen gepaard met een toename in spierkracht in de quadriceps van 10% en een 2-3% snellere tijd op de 60, 400 en 1.000 meter op de atletiekbaan. Deze verbeteringen werden niet gevonden in de controlegroep. Dat ook op de sprint sneller werd gelopen, suggereert dat de extra blootstelling aan zuurstofarme lucht ook voor mogelijke aanpassingen op spierniveau zorgde, maar dit is niet nader onderzocht.

De resultaten laten zien dat tijdens een trainingskamp op medium hoogte een extra zuurstofarme stimulus het acclimatiseringsproces van een atleet bevordert zonder nadelige effecten op de trainingsintensiteit en het herstel. Deze aanpak kan vooral nuttig zijn in de seizoensvoorbereiding, als er hard getraind moet worden. Het is echter wel de vraag hoelang de gevonden gunstige veranderingen na afloop van de hoogtestage aanhouden. Dat is niet onderzocht in deze studie. Ook is het onduidelijk of deze effecten ook kunnen worden bewerkstelligd tijdens een trainingskamp onder de 1.000 meter of op zeeniveau.

Bron

  1. Fernández-Lázaro D, Mielgo-Ayuso J, Santamaría G, Gutiérrez-Abejón E, Domínguez-Ortega C, García-Lázaro SM, Seco-Calvo J. Adequacy of an altitude fitness program (living and training) plus intermittent exposure to hypoxia for improving hematological biomarkers and sports performance of elite athletes: a single-blind randomized clinical trial. Int J Environ Res Public Health (2022), 19 (15): 9095.