Spring naar content

Acclimatiseren in warm water verbetert de zwemprestatie niet

Zwemmers gaan niet beter zwemmen als zij acclimatiseren in warm water. Uit een Nieuw-Zeelandse studie blijkt dat 1 week trainen in warm water van 33 ºC de duurzwemprestatie in water van 33 ºC niet verbetert in vergelijking met trainen in water van 28 ºC.

Het is bekend dat wennen aan de warmte (acclimatiseren) een positief effect kan hebben op de duurprestatie in de hitte. Gedurende de acclimatisatie vinden er de nodige aanpassingen plaats in het lichaam. Zo neemt bijvoorbeeld de zweetrespons toe en neemt de kerntemperatuur af. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat de capaciteit van het lichaam om hitte op te slaan vergroot. Dit kan uiteindelijk leiden tot een betere duurprestatie. Deze positieve effecten zijn echter gevonden bij inspanning in de buitenlucht. Of deze positieve effecten ook te verwachten zijn in water is de vraag. Of acclimatiseren aan warm water mogelijk of zelfs noodzakelijk is, is vooral interessant voor lange-afstandzwemmers. Zij zwemmen voornamelijk in buitenwater en in ondiep water en in warme landen kan de temperatuur van het water nogal eens oplopen, zeker tijdens zonnige dagen. Bradford en collega’s hebben nu onderzocht of acclimatiseren in warm water zinvol is voor zwemmers.

Niet effectief

Acht competitieve zwemmers van gemiddeld 33 jaar en met een gemiddelde VO2max van 55 ml/kg.min namen deel aan de studie. Zij zwommen of een week lang een uur per dag in zwembadwater van ongeveer 33 ºC of in water van ongeveer 28 ºC. Vier weken later wisselden zij van trainingssituatie. De trainingsomvang was tijdens deze trainingen gelijk. Voor en na de trainingsperiode zwommen de deelnemers onder andere 20 minuten waarbij zij een zo groot mogelijke afstand moesten afleggen. Dit deden zij eenmaal in water van 28 ºC en eenmaal in 33 ºC. De zwemtest in 28 ºC is uitgevoerd in een wedstrijdbad van 50 meter (dus met keerpunten) terwijl de zwemtest bij 33 ºC gezwommen is in een zwemergometer (dus zonder keerpunten). Ook de trainingen in water van 33 ºC zijn uitgevoerd in de ergometer (dus zonder keerpunten). Hierbij zwommen de deelnemers in een klein bad tegen een stroom in. Dit is gedaan terwijl er lampen boven de zwemmers hingen die zorgden voor stralingswarmte, zoals de zon ook geeft. Naast de gezwommen afstand is tijdens deze tests ook de kerntemperatuur van de zwemmers gemeten. Verder is de ervaren mate van warmte door middel van een vragenlijst bepaald.

Kerntemperatuur

Na de trainingsweek in het wedstrijdbad zwommen zij in datzelfde bad 1400 m en in de ergometer 1250 m, en na de trainingsweek in de ergometer was dit hetzelfde. Ook de kerntemperatuur verschilde niet tussen de verschillende trainingsweken en ook niet tussen het zwemmen in warm water of in water van 28 ºC. In beide gevallen was de kerntemperatuur tijdens de 20 minuten zwemtest gelijk en liep deze op naar 38,2 ºC. De zwemmers gaven aan het iets minder warm te hebben tijdens het zwemmen in 33 ºC na een week acclimatiseren.

Conclusie

Uit dit onderzoek blijkt dat acclimatiseren in warm water niet zinvol is. Blijkbaar koelt het lichaam in dit water zo snel dat het opwarmen van het lichaam, als gevolg van de inspanning, geen beperkende factor is voor het leveren van een goede duurprestatie. Dit is niet zo vreemd gelet op het feit dat warmteoverdracht tussen het lichaam en water 25 keer sneller gaat dan tussen het lichaam en lucht. Hoewel er geen fysiologische verschillen zijn gevonden is er toch 150 m minder ver gezwommen in de ergometer. Dit kan komen doordat in het wedstrijdbad wel keerpunten zijn gemaakt.

Bron

  1. Bradford CD, Lucas SJ, Gerrard DF, Cotter JD (2015) Swimming in warm water is ineffective in heat acclimation and is non-ergogenic for swimmers. Scand. J. Med. Sci. Sports, 25: 277-286