Spring naar content

Congresverslag BASES 2017

Op 28 en 29 november vond in Nottingham het jaarlijkse congres plaats van de ‘British Association of Sport and Exercise Sciences’, kortweg BASES. Tijdens het congres lieten veel toonaangevende onderzoekers hun licht schijnen op belangrijke thema’s in de (top-)sport. Hieronder een selectie van het aanbod.

Extreme temperaturen

Zoals bekend vermindert de prestatie van duursporters bij hoge omgevingstemperaturen. Onder andere doordat er veel bloed naar de huid gaat voor afkoeling van het lichaam, kan er minder bloed naar de spieren stromen, en gaat de prestatie achteruit. De Britse wetenschapper dr. Jo Corbett van de University of Portsmouth laat zien dat warme weersomstandigheden niet alleen een uitdaging zijn voor de Olympische spelen in Tokio, maar ook voor het WK voetbal in Qatar in 2022. Want het WK mag dan wel naar de winter verplaatst zijn, nog steeds zullen de temperaturen in Qatar rond de 25 graden liggen. Dit lijkt vergeleken met de verwachte omstandigheden in Tokio misschien goed te doen, maar Corbett beweert dat het niet alleen de extreme temperaturen zijn die de prestatie beïnvloeden. Ook minder hoge temperaturen kunnen al een negatief effect hebben op duurprestaties. Een graad of tien, elf is ideaal voor een optimale duurprestatie. Naarmate de temperatuur toeneemt, neemt de duurprestatie geleidelijk af.

Een belangrijk aspect van sporten in de hitte is vochtverlies. Naast de achteruitgang in prestatie door de hitte zelf, kunnen sporters ook slechter gaan presteren door vochttekort. Milde uitdroging lijkt echter geen probleem als sporters met een acclimatisatietraining bezig zijn, aldus Corbett. Het zorgt er mogelijk zelfs voor dat sporters zich sneller aanpassen aan de hitte. Wanneer sporters maar kort de tijd hebben om te acclimatiseren in de hitte, zouden ze de acclimatisatie wellicht dus wat kunnen versnellen door licht uit te drogen tijdens trainingen. Het is hierbij wel belangrijk dat sporters niet meer dan drie procent van hun lichaamsgewicht aan vocht verliezen.

Koud bad

Sommige sporters maken gebruik van koudwaterbaden om af te koelen of te herstellen voor, tussen of na sportsessies. Mike Tipton, professor aan de University of Portsmouth, benadrukt echter met klem dat sporters niet in ijskoude baden moet gaan zitten. Dit kan leiden tot het zogeheten non-freezing cold injury, wat voor levenslange klachten kan zorgen. Symptomen die hierbij voorkomen zijn gevoeligheid voor kou, overmatig zweten en erge pijn. Non-freezing cold injury kan al ontstaan bij onderdompelingen van slechts drie minuten in zeer koud water. Om af te koelen, hoeven sporters volgens Tripton niet te baden in water kouder dan 26 graden Celsius. Een bad van deze temperatuur is namelijk net zo effectief in het koelen van het lichaam als een bad van 14 graden Celsius.

Houding

Baanwielrenster Elis Ligtlee heeft in Rio de Janeiro op fenomenale wijze een Olympische gouden medaille veroverd op de keirin, maar had hier ook nog een bronzen medaille op de sprint aan toe kunnen voegen. Het enige dat ze hiervoor had hoeven doen is haar ellebogen dichter bij haar lichaam houden, aldus Bert Otten, professor in de Neuromechanica aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ligtlee heeft met haar naar buiten gebogen ellebogen een uitzonderlijke fietshouding in vergelijking met andere wielrenners. Dit is mogelijk een overblijfsel van haar tijd als BMX-er, waar vanwege een kleine fiets een andere houding gewenst is. Zou Ligtlee haar armen meer naar binnen positioneren, dan zou dit zorgen voor minder luchtweerstand, terwijl deze houding er niet voor zorgt dat ze minder hard aan haar stuur kan trekken om vaart te maken. Otten laat aan de hand van een computermodel zien, dat deze aanpassing voor een snellere tijd gezorgd zou hebben, waardoor Ligtlee in theorie net vóór haar tegenstander, die brons won, geëindigd zou zijn. Of dit in de praktijk ook zo uitgepakt zou hebben is natuurlijk de vraag.
Met dit voorbeeld demonstreert Otten hoe computermodellen een bijdrage kunnen leveren aan het optimaliseren van topprestaties. Otten heeft zijn berekeningen ook aan de coach van Ligtlee voorgelegd.

Intensieve warming-up

De Britse onderzoeker Kirsten Grant, verbonden aan de University of the Highlands and Islands, vertelde over post-activation potentiation (PAP). Dit is het verschijnsel waarbij sporters tot circa achttien minuten na het uitvoeren van een paar korte, zware oefeningen meer kracht kunnen leveren, door een verbeterde activatie van de spieren. Sporters die een korte explosieve inspanning moeten leveren, kunnen hierdoor baat hebben bij een warming-up waaraan enkele zware oefeningen zijn toegevoegd. Grant laat echter zien dat dit niet voor alle oefeningen geldt. Terwijl ze wilde onderzoeken wat het beste moment was voor het uitvoeren van squats om optimaal te profiteren van de PAP, ontdekte ze dat deze oefeningen juist leidden tot slechtere prestaties.
Grant deed haar onderzoek bij jonge zwemmers van regionaal niveau, die zes maanden ervaring met krachttraining hadden. Tijdens de warming-up werd hen gevraagd drie sets van vijf squats uit te voeren op 85 procent van 1RM. Vervolgens werd hun maximale spronghoogte gemeten door middel van de counter movement jump. Dit gebeurde op verschillende momenten van 0,5 tot 16 minuten na het uitvoeren van de squats. Uit de analyse bleek echter dat de zwemmers niet hoger, maar lager sprongen na toevoeging van de squats aan hun warming-up. Mogelijk waren de squats te zwaar en zorgden deze voor vermoeidheid, in plaats van voor een prestatieverbetering. Het is dus erg belangrijk voor sporters die willen profiteren van ‘PAP’ om in een trainingssituatie goed uit te proberen wat werkt, alvorens dit in een wedstrijd toe te passen.

Doping

Coaches spelen een belangrijke rol bij het doping-vrij houden van hun sport. De houding van sporters ten opzichte van doping verschilt namelijk per coach. Dit heeft enerzijds te maken met hoe de sporter de visie van de coach over doping interpreteert en anderzijds met de mate waarin een sporter zich met de coach identificeert. Eén ding is duidelijk, aldus onderzoeker Paul Freeman van de University of Essex, een one-size-fits-all benadering werkt niet. Verschillende sporters reageren verschillend op dezelfde informatie. Hiermee moet rekening gehouden worden bij het opleiden van coaches, zodat zij vaardigheden aanleren waarmee zij op élke atleet een negatieve houding over kunnen brengen ten aanzien van doping.