Spring naar content

Hoe kunnen topduursporters hun prestaties nog verbeteren?

Ook de best getrainde duursporters kunnen door training hun prestatie verder verbeteren. Hoewel deze sporters hun VO2max niet meer kunnen verhogen, kunnen zij hun efficiëntie wel nog verbeteren. Ook de mate van inspanning waarbij de concentratie melkzuur aanzienlijk stijgt alsmede het vermogen of de snelheid waarbij zij zich in een “steady state” kunnen inspannen, is nog te verbeteren.

Duursporters

Duursporters zoals hardlopers, wielrenners en triatleten maken vaak van jongs af aan veel trainingsuren op een relatief lage intensiteit. Het lichaam past zich aan deze training aan hetgeen zich onder andere uit in een stijging van de VO2max. Een hoge VO2max blijkt dan ook een belangrijke voorwaarde voor het leveren van een goede duurprestatie. Het blijkt echter dat de VO2max slechts binnen bepaalde grenzen kan stijgen. Hoewel er bewijs bestaat voor hogere waarden, ligt de potentiële VO2max voor de meeste topduursporters rond de 83-85 ml/kg.min. Toch kunnen ook deze duursporters hun prestatie nog verder verbeteren op het moment dat zij hun potentiële VO2max hebben bereikt. Welke fysiologische parameters dan nog tot een betere prestatie kunnen leiden beschrijven Lundby en Robach in een literatuurstudie. Dit doen zij mede op basis van zogenaamde casestudies van de beste duuratleten ter wereld.

Efficiëntie/loopeconomie

Topduuratleten die hun VO2max niet meer verder kunnen verhogen, kunnen door jarenlange duurtraining wel hun efficiëntie/loopeconomie verder verbeteren. Hoewel het niet goed duidelijk is hoe deze verbetering van de efficiëntie/loopeconomie precies tot stand komt, blijkt deze wel aanzienlijk te kunnen zijn. Zo verbeterde de Britse hardloopster Paula Radcliffe haar loopeconomie met 15% (van 205 naar 175 ml O2/km bij 16 km/u) over een periode van 9 jaar terwijl haar VO2max tijdens die periode nagenoeg constant bleef.

Melkzuur/vermogen

Verder blijkt dat duursporters zich door de jarenlange duurtraining intensiever in kunnen spannen voordat de concentratie melkzuur aanzienlijk stijgt. Waar dit bij ongetrainde mensen het geval is bij een intensiteit die overeenkomt met 60% van de VO2max, is dit bij goedgetrainde duuratleten 75-90% van de VO2max. Zo kon Radcliffe tijdens haar beste jaren 18,5 km/u lopen zonder dat haar melkzuurconcentratie ver boven de 1mmol/L steeg.

Ook het vermogen waarbij wielrenners, of de snelheid waarbij hardlopers, zich nog in een “steady state” kunnen inspannen (ook wel “critical power/critical velocity”) is te verbeteren. Hierbij kan specifieke krachttraining een belangrijke rol spelen.

Tot slot

De bevindingen die Lundby en Robach bespreken in hun literatuurstudie tonen aan dat ook de beste duursporters ter wereld hun prestatie nog kunnen verbeteren door duur- en krachttraining uit te blijven voeren op het moment dat zij hun potentiele VO2max hebben bereikt. Dat jarenlange training belangrijk is bij duurevenementen blijkt wel uit het feit dat de winnaars van bijvoorbeeld de Tour de France of hele triatlons, meestal wat ouder zijn.

Bron

  1. Lundby C, Robach P (2015) Performance enhancement what are the physiological limits. Physiology, 30: 282-292