Spring naar content

Inbeelden van beweging helpt profbasketballers om ‘detraining’ tegen te gaan

‘Motor imagery training’ kan helpen bij het behouden en zelfs verbeteren van de fysieke vaardigheden van sporters als ze een tijd minder kunnen trainen, zoals bij een blessure, ziekte of pandemie. Dit ontdekten Schotse en Sloveense wetenschappers door profbasketballers in de coronapandemie een beweging te laten inbeelden zonder deze uit te voeren. 

Als een sporter een tijd helemaal niets doet, verminderen alle factoren die normaal gesproken verbeteren met training. Dit proces heet detraining. Met name het hart-longsysteem gaat achteruit, wat zich vertaalt in een verminderde maximale zuurstofopname en hogere hartslag tijdens en na inspanning. Ook spierkracht vermindert na een periode van detraining, hoewel die langer op peil blijft.

Voor veel topsporters was het in het begin van de coronapandemie onmogelijk om hun reguliere trainingsprogramma te volgen. Om de fysieke achteruitgang tijdens deze periode van detraining te beperken, onderzochten de wetenschappers de rol van inbeeldingstraining – ook wel bekend als motor imagery training.

Spier- en hersenactiviteit

Van deze trainingsvorm weten we dat die patiënten en sporters kan helpen bij het aanleren of verbeteren van bewegingen. Dit komt volgens de psychoneuromusculaire theorie doordat dezelfde hersenactiviteit, en lichte spieractiviteit, optreedt bij sporters die een beweging inbeelden als bij sporters die de beweging daadwerkelijk uitvoeren.

Wat is al bekend?

  • Inbeeldingstraining kan helpen bij het verbeteren van motorische vaardigheden.

Wat is nieuw?

  • In een periode van minder training behouden en verbeteren profbasketballers hun fysieke vaardigheden met inbeeldingstraining.

Nabootsen

De basketballers moesten tijdens een inbeeldingstraining twee dynamische krachtoefeningen inbeelden: de back squat en de bench press. Ze visualiseerden deze oefeningen met een weerstand van 85 procent van hun 1RM (de maximale belasting bij één herhaling) of een weerstand waarbij het vermogen het grootst is. De training bootste een normale krachttraining na, inclusief de rusttijd tussen de sets.

Dit deden de basketballers drie keer per week gedurende zes weken. Daarnaast werkten ze – ook spelers die geen inbeeldingstraining deden – twee keer per week een hardloopsessie af op hoge intensiteit. 

Hoger springen, verder gooien

Met de zesweekse inbeeldingstraining behielden de basketballers niet alleen hun maximale kracht en vermogen, ze verbeterden zelfs 2 tot 9 procent op verschillende onderdelen. Zo sprongen ze hoger bij een ‘countermovement jump’ en gooiden ze verder met een medicijnbal. Ook verbeterden ze hun 1RM in de back squat en de bench press, en konden ze meer vermogen leveren tijdens deze oefeningen. 

De basketballers die geen inbeeldingstraining deden, gingen niet vooruit in maximale kracht en vermogen – en zelfs iets achteruit. Dit komt doordat ze tijdens de coronapandemie minder trainden dan normaal.

Verdiepen

Dat inbeeldingstraining nuttig kan zijn om fysieke vaardigheden te behouden en zelfs te verbeteren, lieten de Schotse en Sloveense onderzoekers zien. Sporters die een periode noodgedwongen minder trainen, kunnen daarom deze trainingsvorm uitproberen. Het is wel raadzaam dat sporters zich vooraf hierin verdiepen.

Bron

  1. Iacono AD, Ashcroft K, Zubac D. Ain’t Just Imagination! Effects of Motor Imagery Training on Strength and Power Performance of Athletes during Detraining. Med Sci Sports Exerc. 2021 May 24. doi: 10.1249/MSS.0000000000002706. Epub ahead of print. PMID: 34033625.