Spring naar content

Sprinttraining met weerstandslee verbetert versnelling

Getrainde atleten zijn na trainen met een weerstandslee in staat om meer te versnellen. Dit leidt tot een prestatieverbetering op een korte sprintafstand, maar na 50m zijn de verschillen verdwenen.

Sprinten is een belangrijke vaardigheid in veel sporten. Om de sprintprestatie te verbeteren doen atleten vaak krachttraining met gewichten of meer sportgerelateerde oefeningen zoals sprinten tegen een weerstand. Het is mogelijk dat bepaalde loopparameters zoals staplengte of contacttijd met de grond door deze trainingsvormen veranderen. Alcaraz en collega’s vergeleken daarom de effecten op een groot aantal loopparameters van het trainen met een verzwaarde slee vergeleken met een controlegroep die een even intensieve maar reguliere sprinttraining uitvoerde.

Sprinttraining met en zonder slee

Aan deze studie deden 22 goed getrainde atleten (8 vrouwen, 14 mannen) mee. Zij waren tussen de 18 en 30 jaar oud, hadden ervaring met sprint- en krachttraining en trainden minstens 8 uur per week. Hun persoonlijke records op de 100m sprint lagen tussen de 10.5 s en 11.5 s voor de mannen, en tussen de 12.0s en 13.0s voor de vrouwen. Alle deelnemers zijn uitvoerig getest op onder andere spierkracht in de benen en sprint- en sprongprestatie. Eerst deden zij 3 weken lang dezelfde sprint- en krachttrainingen. Daarna zijn zij in 2 gelijke groepen verdeeld. Een groep deed daarin 6 keer een 30m-sprint met een slee die bijna 5,5 kg woog, waardoor hun maximale sprintsnelheid met ongeveer 7,5% verlaagde. De controlegroep voerde ook 6 keer een 30m-sprint uit, maar zonder extra gewicht.

De training met de slee verbeterde de sprintprestatie van de atleten alleen tussen 15m en 30m van een 50m-sprint. De lichaamshoek van deze groep was iets veranderd: na de training leunden de atleten die met de slee getraind hadden iets meer (7,5°) voorover in de versnellingsfase van de sprint. In de maximale snelheidsfase (45m) vergrootte de paslengte van deze groep. De groep die zonder slee getraind had, had een kortere contacttijd op het moment dat zij hun maximale snelheid bereikten, en verbeterde de snelheid op de laatste 20m van de 50m sprint. Geen van beide groepen verbeterde de sprong- of sprintprestatie op de 50m. Ook vonden de onderzoekers geen andere verschillen tussen beide groepen in loopparameters of spierkracht.

Conclusie

Sprinten met een verzwaarde slee verandert de loopparameters van getrainde atleten niet veel. Ook heeft een sprinttraining van 4 weken met slee niet meer effect op een 50m-sprint dan een reguliere sprinttraining. Sprinttraining met een zware slee had echter wel een klein positief effect op de versnelling en de prestatie van de atleten in de eerste 15m van de sprint. Hoewel het verschil met de atleten die sprintten zonder slee klein was, kan dit toch voor teamsporters een voordeel opleveren.

Bron

  1. Alcaraz PE, Elvira JLL, PalaoJM (2014) Kinematic, strength, and stiffness adaptations after a short-term sled towing training in athletes. Scan. J. Med. Sci. Sports, 24:279-290