Spring naar content

Voetballers beoordelen de trainingsintensiteit anders dan hun trainers

Jonge getalenteerde voetballers ervaren laag tot matig intensieve trainingen zwaarder dan dat de trainer voor ogen had. Bij intensieve trainingen ervoeren de voetballers de training juist als minder zwaar. Dit blijkt uit Gronings en Noors onderzoek.

Trainers wisselen intensieve en minder intensieve trainingen af. De vraag is of atleten de intensiteit die een trainer voor ogen heeft ook werkelijk zo ervaren. Enerzijds is de objectief te meten fysieke belasting een belangrijke maatstaf voor de trainingsbelasting, anderzijds kan ook de subjectieve ervaring van de intensiteit door een atleet meer inzicht geven in hoe zwaar een training is geweest. De fysieke belasting is bijvoorbeeld te meten met een hartslagmeter. De ervaren intensiteit is te meten met behulp van een vragenlijst zoals de ‘session rate of perceived exertion’ (SRPE). Brink en collega’s hebben onderzocht of er verschil zit in wat de trainer als belasting voor ogen heeft tijdens een training en wat de atleet ervaart.

Voetballer versus trainer

De onderzoekers wilden een beeld krijgen van de ervaren intensiteit van de training. In totaal hebben 33 jonge getalenteerde voetballers hiervoor na meerdere trainingen de SRPE-vragenlijst ingevuld. Zij waren geselecteerd voor de elftallen van onder 17 en onder 19 van een professionele voetbalclub. De trainers van deze teams gaven, ook met behulp van een vragenlijst (‘rating of intended exertion’), aan wat de beoogde intensiteit voor de training was. Het betrof ervaren trainers. De inschattingen van de voetballers en trainers zijn met elkaar vergeleken.

Trainingen die als licht of matig intensief waren geclassificeerd door de trainers vonden de voetballers zwaarder dan door de trainers beoogd. De trainingen die door de trainers als zwaar waren ingeschaald vonden de voetballers over het algemeen lichter.

Conclusie

Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er nogal een verschil zit in hoe zwaar voetballers een training ervaren en hoe zwaar een training volgens de trainer is. Dit komt overeen met een eerder door Topsport Topics samengevatte studie [zie hier]. Het kan zijn dat een trainer het moeilijk vindt om in te schatten hoe zwaar een training voor een jonge atleet is. Maar het kan ook zijn dat het voor jonge atleten lastig is om in te schatten wat de intensiteit is van een training. Het is jammer dat de auteurs geen gebruik hebben gemaakt van hartslagmeters, zodat ze aan kunnen duiden waar het verschil tussen trainer en voetballer ontstaat. Het is belangrijk om, zeker bij jonge atleten, geregeld gebruik te maken van objectieve meetmethoden, zoals een hartslagmeter. Dit kan zowel voor de atleet als voor de coach inzicht geven in de samenhang tussen gevoel en fysieke belasting.

Bron

  1. Brink MS, Frencken WGP, Jordet G, Lemmink KA (2013) Coaches and players’ perception of training dose; not a perfect match. Int. J. Sports Physiol. Perf., In Press