Spring naar content

Vraag spierschade bij rolstoelbasketbal

Het is niet te zeggen in welke mate er spierschade optreedt na een rolstoelbasketbalwedstrijd. Er bestaat namelijk geen wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp. Ook navraag bij experts uit het wetenschappelijke veld, te weten prof. dr. Thomas Janssen van de Vrije Universiteit en dr. Floor Hettinga van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft geen relevante informatie opgeleverd. Het ontstaan van spierschade is van veel factoren afhankelijk, waardoor het onmogelijk is een uitspraak te doen over de mate van optredende spierschade. Zo spelen niet alleen de duur, de intensiteit en het type belasting een rol, maar ook de mate waarin spieren excentrisch worden belast. Om toch inzicht te krijgen in de mate van spierschade zou men onder andere de concentratie creatinekinase in het bloed kunnen meten. Hoewel de concentratie creatinekinase niets zegt over de mate van spierschade is het wel een indicatie of er überhaupt spierschade is.

In de wetenschappelijke literatuur zijn weinig studies te vinden die zijn uitgevoerd bij mindervalide atleten. Het is dan ook niet verrassend dat er geen studies zijn gevonden die specifiek gaan over de spierschade bij rolstoelbasketballers. Er is één studie gevonden waarin de spierschade bij rolstoelatleten is bepaald [2]. Dat betrof een onderzoek naar de spierschade bij handbikers na afloop van een marathon. Een marathon met een handbike afleggen staat echter dusdanig ver weg van de gevraagde inspanning bij rolstoelbasketbal, dat deze resultaten niet relevant zijn. Ook navraag bij experts uit het wetenschappelijke veld, te weten prof. dr. Thomas Janssen van de Vrije Universiteit en dr. Floor Hettinga van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft geen relevante informatie opgeleverd. De gestelde vraag is dus op basis van wetenschappelijke literatuur niet te beantwoorden.

Ook op basis van algemene kennis van de fysiologie is het niet mogelijk een ‘best educated guess’ te formuleren. De precieze fysiologische oorzaak van spierschade is tot op heden onduidelijk [3]. Wel is het duidelijk dat de mate van spierschade voornamelijk afhankelijk is van de duur, de intensiteit en het type inspanning dat is verricht in combinatie met de getraindheid van de atleet. Hierbij is de intensiteit van de inspanning de belangrijkste factor voor de optredende spierschade [1]. Ook is het bekend dat excentrische belasting tot grotere spierschade leidt dan concentrische belasting. Van een excentrische spiercontractie is sprake wanneer een spier wordt verlengd en van een concentrische wanneer een spier actief verkort. Tijdens rolstoelbasketbal treden er onder andere excentrische spiercontracties op. In welke mate deze excentrische spiercontracties spierschade veroorzaken is echter niet te zeggen, omdat veel factoren hierbij een rol spelen. Omdat geen algemene uitspraak te doen is over de spierschade is ook geen onderscheid te maken in de aard van de handicap. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat het niveau van een dwarslaesie van invloed is op de spieractivatie van de schouderspieren [4], maar hoe dit zich verhoudt tot de spierschade is onduidelijk.

Om toch inzicht te krijgen of er sprake is van spierschade kan men bijvoorbeeld de concentratie creatinekinase (CK) in het bloedplasma meten. Hoewel de concentratie CK aanzienlijk varieert tussen personen [1] is een verhoogde concentratie op individueel niveau een indicatie dat er spierschade is. Atleten die veel en intensief trainen hebben van zichzelf een hogere CK-concentratie dan atleten met een lagere trainingsarbeid [1]. Overigens zegt de concentratie CK niets over de mate van spierschade, het is alleen een indicatie dat er überhaupt spierschade is.

Om spierschade tijdens trainingen te minimaliseren is het advies om zowel de intensiteit als de omvang van de excentrische belasting geleidelijk op te bouwen. Zo kan het lichaam zich aanpassen aan de belasting.

Bronnen

  1. Baird MF, Graham SM, Baker JS, Bickerstaff GF (2012) Creatine-kinase- and exercise-related muscle damage implications for muscle performance and recovery. J. Nutr. Metab., 960313.
  2. Ide M, Tajima F, Furusawa K, Mizushima T, Ogata H (1999) Wheelchair marathon racing causes striated muscle distress in individuals with spinal cord injury. Arch. Phys. Med. Rehabil., 80: 324-327.
  3. McArdle WD, Katch FI, Katch VL (2007) Exercise physiology: energy, nutrition, and human performance. 6th ed. ISBN: 978-0-7817-4990-9. Lippincott Williams & Wilkins.
  4. Mulroy SJ, Farrokhi S, Newsam CJ, Perry J (2004) Effects of spinal cord injury level on the activity of shoulder muscles during wheelchair propulsion: an electromyographic study. Arch. Phys. Med. Rehabil., 85: 925-934.