Spring naar content

Vraag video-feedback

Kort antwoord

Bij het aanleren van een nieuwe beweging of techniek, kan een coach twee vormen van video-feedback onderscheiden: self-modeling en expert-modeling. Bij self-modeling ziet een sporter zijn eigen bewegingen terug op video. Hierdoor kan een sporter een beter beeld vormen van zijn eigen lichaam en bewegingen. Bij expert-modeling kijkt een sporter naar de ‘ideale’ beweging van een expert. Dit stelt een sporter in staat om de bewegingen van de expert na te bootsen, waardoor hij zich kan optrekken aan het niveau. Het niveau van de expert moet hierbij niet te ver afliggen van het niveau van de sporter. Daarnaast moeten de instructies bij video-feedback ervoor zorgen dat een sporter zijn aandacht richt op de omgeving en het éffect van de beweging. Met andere woorden: de instructies moeten een externe focus bewerkstelligen.

Om de prestatie te bevorderen, kan een coach ook de autonomie van een sporter stimuleren. Sporters leren en presteren namelijk beter wanneer ze het moment van feedback zelf mogen kiezen. Hierbij valt op dat sporters vaker om feedback vragen na een goede uitvoering dan na een minder goede uitvoering; ze ontvangen graag een bevestiging van een goede poging. Hierdoor leren ze beter. Ook hangt het samen met een hogere mate van motivatie, zelfvertrouwen en focus. Omdat sporters vaak goed voelen hoe ze het doen, lijkt negatieve feedback na een minder goede technische uitvoering onnodig en mogelijk zelfs nadelig. Sporters weten immers vaak al wanneer het niet goed ging. Over de verschillende toepassingen van video-feedback is verder weinig bekend, maar in het algemeen is het verstandig om rekening te houden met de persoonlijke voorkeuren van een sporter. Een positieve leeromgeving, waarin een sporter af en toe zelf de regie kan nemen, is hierbij wenselijk.

Uitgebreid antwoord

In de sport gebruiken coaches vaak video-feedback. Deze terugkoppeling met beeldmateriaal kan verschillende doeleinden hebben [12]. Met video-feedback kan een sporter bijvoorbeeld een beweging aanleren of verbeteren. Ook kan het helpen bij het bedenken van een wedstrijdstrategie door sterke en zwakke punten van een tegenstander te signaleren. Daarnaast kan een sporter zich met video-feedback mentaal voorbereiden op een wedstrijd, terwijl het na een wedstrijd kan bijdragen aan de prestatieanalyse.

Er is echter weinig onderzoek gedaan naar deze verschillende toepassingen van video-feedback. Ook is niet altijd duidelijk waardoor een verbetering optreedt; de videobeelden, de inhoudelijke feedback van de coach, en het leervermogen van de sporter beïnvloeden namelijk allemaal óf en hoeveel een sporter vooruitgaat.

Aanleren van beweging

Bij het aanleren van een nieuwe beweging of techniek, kan een coach twee vormen van video-feedback onderscheiden: self-modeling en expert-modeling. Bij self-modeling ziet een sporter zijn eigen bewegingen terug op video. Hierdoor kan een sporter een beter beeld vormen van zijn eigen lichaam en bewegingen. Bij expert-modeling kijkt een sporter naar de ‘ideale’ beweging van een expert [9]. Dit stelt een sporter in staat om de bewegingen van de expert na te bootsen, waardoor hij zich kan optrekken aan het niveau [9]. Het niveau van de expert moet hierbij niet te ver afliggen van het niveau van de sporter.

Omdat een sporter bij self-modeling geen beeld krijgt van de ideale uitvoering – en andersom – kan een coach ook een combinatie van expert- en self-modeling gebruiken. Met deze vorm van feedback blijken mensen ook goed in staat om verschillende bewegingen aan te leren, zoals een volleybalpass, roeibeweging of badmintonservice [3,5].

Een coach moet er bij video-feedback voor zorgen dat een sporter de aandacht richt op de omgeving en het efféct van de beweging, in plaats van op de beweging of positie van lichaamsdelen, zoals de handen, vingers en heupen [15]. Met andere woorden: de instructie moet een externe focus bewerkstelligen (doe alsof je op eieren landt) in plaats van een interne focus (buig je knieën bij het landen na een sprong). Daarnaast helpt het om de aandacht te richten op de belangrijkste factor voor prestatieverbetering, en niet op talloze punten tegelijkertijd.

Zelfgestuurde feedback

Ook kan een coach de autonomie van een sporter stimuleren om de prestatie te bevorderen [14]. Sporters leren en presteren namelijk beter wanneer ze het moment van feedback zelf mogen kiezen, vergeleken met sporters die volgens een vooropgesteld schema feedback krijgen [14]. Ook bij beginnende basketballers die een set shot oefenen, blijkt dat spelers die zelf om feedback vragen zich beter ontwikkelen dan spelers die op gezette tijden feedback krijgen [2].

Dit komt mogelijk doordat sporters meer controle hebben en zelf beslissingen kunnen nemen. Hierdoor zouden ze meer betrokken zijn bij hun eigen ontwikkeling, waardoor de intrinsieke motivatie toeneemt [1]. Ook zou deze zelfsturing ervoor zorgen dat ze informatie beter verwerken [4,14].

Positieve feedback

Wanneer sporters zelf mogen kiezen welke situatie ze terugzien, vragen ze vaker om feedback na een goede uitvoering dan na een minder goede uitvoering [6,7,13]. Feedback na een goede uitvoering lijkt ook de prestatie te bevorderen; sporters leren namelijk sneller een beweging aan [4,7]. Sporters ontvangen graag bevestiging van een goede poging [14]. Dit hangt samen met een hogere mate van motivatie, zelfvertrouwen en focus [1,7,10].

Omdat sporters vaak goed voelen hoe ze het doen, lijkt negatieve feedback na een minder goede technische uitvoering onnodig, en mogelijk zelfs nadelig, om een beweging aan te leren [15]. Sporters weten immers vaak al wanneer het niet goed ging. Wanneer een coach video-feedback geeft, kan hij beter wat meer positieve aspecten van een actie benoemen, dan enkel de negatieve aspecten aanstippen.

Individuele verschillen

Hoe spelers omgaan met video-feedback hangt af van verschillende (mentale) factoren [10,11]. Dit blijkt onder andere uit interviews met topcoaches en voetballers over de effectiviteit van video-feedback [10]. Hierin gaven zowel de coaches als de spelers aan dat de effectiviteit van video-feedback afhangt van een sporter zijn zelfvertrouwen, gedachten, emoties, mentale weerbaarheid en vermogen om te visualiseren [10]. Zo denken beide partijen dat spelers met meer zelfvertrouwen beter met feedback kunnen omgaan dan spelers met minder zelfvertrouwen. Daarnaast vermoeden ze dat spelers die goed kunnen reflecteren, beter in staat zijn om hun prestatie objectief te beoordelen [10]. Ook geven spelers aan dat ze zich angstiger voelen en een slechter humeur hebben wanneer ze beelden moeten terugzien van hun eigen fouten [10]. Het lijkt daarom onverstandig om vlak voor een wedstrijd beelden terug te kijken van fouten of negatieve feedback te geven.

Positieve feedback werpt daartegen wel zijn vruchten af [10]. Zo geven spelers in de interviews aan dat het goed is voor hun zelfvertrouwen, plezier en motivatie. Hoewel de onderzoekers hiermee niet aantonen dat sporters beter presteren, lijkt het wel aannemelijk. Negatieve feedback leidt volgens de spelers daarentegen tot minder motivatie en een slechter leervermogen. Daarnaast vinden ze over het algemeen video-feedback beter in een een-op-een situatie dan in teamverband [10]. Bij het bespreken van de tactiek voor een aankomende wedstrijd, werkt video-feedback in teamverband mogelijk wel goed. Volgens de spelers is bij video-feedback de input van de coach altijd onmisbaar [11].

Conclusie

Coaches moeten van tevoren bedenken met welk doel ze video-feedback inzetten [8]. Dit bepaalt namelijk onder andere of een teamsetting of een-op-een situatie de voorkeur geniet. Om het maximale uit video-feedback te halen, is het verstandig om rekening te houden met de persoonlijke voorkeuren van sporters. Een positieve leeromgeving, waarin sporters af en toe zelf de regie kunnen nemen, lijkt hierin wenselijk.

Bronnen

  1. Abbas ZA, North JS (2018). Good-vs. poor-trial feedback in motor learning: The role of self-efficacy and intrinsic motivation across levels of task difficulty. Learn. Instr., 55:105-112.
  2. Aiken CA, Fairbrother JT, Post PG (2012). The effects of self-controlled video feedback on the learning of the basketball set shot. Front. Psychol., 3:338.
  3. Arbabi A, Sarabandi M (2016). Effect of performance feedback with three different video modeling methods on acquisition and retention of badminton long service. Sport Sci., 9:41-45.
  4. Badami R, VaezMousavi M, Wulf G, Namazizadeh M (2012). Feedback about more accurate versus less accurate trials: Differential effects on self-confidence and activation. Res. Q. Exercise Sport, 83:196-203.
  5. Barzouka K, Sotiropoulos K, Kioumourtzoglou E (2015). The effect of feedback through an expert model observation on performance and learning the pass skill in volleyball and motivation. J. Phys. Educ. Sport., 15:407-416.
  6. Benjaminse A, Welling W, Otten B, Gokeler A (2018). Transfer of improved movement technique after receiving verbal external focus and video instruction. Knee Surg. Sports Traumatol. Arthrosc., 26:955-962.
  7. Chiviacowsky S, Wulf G (2007). Feedback after good trials enhances learning. Res. Q. Exercise Sport, 78:40-47.
  8. Groom R, Cushion C, Nelson L (2011). The delivery of video-based performance analysis by England youth soccer coaches: towards a grounded theory. J. Appl. Sport Psychol. 23:16-32.
  9. Le Naour T, Ré C, Bresciani JP (2019). 3D feedback and observation for motor learning: Application to the roundoff movement in gymnastics. Hum. Mov. Sci., 66:564-577.
  10. Middlemas S, Harwood C (2018). No place to hide: Football players’ and coaches’ perceptions of the psychological factors influencing video feedback. J. Appl. Sport Psychol., 30:23-44.
  11. Middlemas S, Harwood C (2019). A pre-match video self-modeling intervention in elite youth football. J. Appl. Sport Psychol., 1-26.
  12. Ste-Marie DM, Law B, Rymal AM, Jenny O, Hall C, McCullagh P (2012). Observation interventions for motor skill learning and performance: an applied model for the use of observation. Int. J. Sport Exerc. Psychol., 5:145-176.
  13. Van Maarseveen MJ, Oudejans RR, Savelsbergh GJ (2018). Self-controlled video feedback on tactical skills for soccer teams results in more active involvement of players. Hum. Mov. Sci., 57:194-204.
  14. Wulf G (2007). Self-controlled practice enhances motor learning: implications for physiotherapy. Physiotherapy, 93:96-101.
  15. Wulf G, Shea C, Lewthwaite R (2010). Motor skill learning and performance: a review of influential factors. Med. Educ., 44:75-84.